Home » Sporenplanten

Categorie: Sporenplanten

Avant-garde

Planten zijn een beetje mijn dada. De dada van mijn dada zijn deze die onverwacht komen te groeien in de stad, fabrieksterreinen, autostrades, puinhopen ..… Planten waarvan men graag zegt: “die horen hier niet thuis”. Het feit dat ze er gezond en wel groeien, bewijst het tegendeel.

Naar Fijn venushaar was ik al lang heimelijk op zoek. Hij was reeds gevonden in Gent, Antwerpen, Veurne …. maar ik bleef op mijn honger zitten. Gisteren kneep ik in Brugge ter hoogte van een gevel van een statig herenhuis, de remmen dicht voor een verwilderde Tuinlobelia -ook mooi- en toen werden mijn ogen alsmaar groter voor iets dat in het keldergat groeide. Fijn venushaar (Adiantum raddianum).  Een betere naam is amper mogelijk voor deze plantgeworden elegantie.

Tuinlobelia

Fobie voor exoten is mij vreemd, tenzij ze van een andere planeet zouden komen. Een status quo in de evolutie bestaat enkel in de hoofden van mensen. Een status quo is voor reservaten. Ik heb respect voor reservaten. Alhoewel, ze doen mij ook een beetje te veel denken aan indianenreservaten.

Geef mij maar natuur die zich géén ballen aantrekt van al te theoretische afbakeningen. Het is zó veel boeiender en eigenlijk zó veel echter. Voor wie wil, dit is fascinerende lectuur : “Reizend groen” van Stefano Manusco. Onder andere.  De manier waarop planten en dieren in het menselijk vehikel dé ideale transportgelegenheid zien is al een fascinerende gebeurtenis op zich.

Terug naar het Fijn venushaar. Waar komt dit plantje oorspronkelijk vandaan ? In ieder geval van onze planeet. Beetje concreter : uit Zuid-Amerika ! Heeft zich ondertussen over alle tropische gebieden van de wereld verspreid. En het lukt ook in onze steden, die, naar het voorkomen van andere soorten te zien, vaak fungeren als subtropische oases binnen onze koelere streken. Hoewel, de laatste tijd zijn ze wat minder koeler, onze streken.

Fijn venushaar op een onverwachte plek

Wikipedia is ondertussen hopeloos achterhaald : “De soort is in België en Nederland verwilderd aangetroffen, onder andere op oude muren, zoals in Antwerpen, Brussel, Gent, Delft en mogelijk in Utrecht. “ Het groeit dus wel degelijk ook in Brugge !  Echt venushaar (Adiantum capillus-veneris) is ook te vinden in Brugge. Op de muur van een spoorwegbrug. Tamelijk open en bloot. Ze werd er voor het eerst gevonden door Filip Verloove. Sindsdien ga ik er wel eens op bedevaart.

Voor de verschillen tussen beide soorten verwijs ik naar de vakliteratuur. Het zit ‘m in de vorm van de sporenhoopjes én de plaats waar de nerven eindigen aan de bladrand.  Qua habitat komen ze ook overeen : op de bodem of op steen, maar Fijn venushaar heeft wel een voetje voor omdat het ook kan groeien op silicaatrijke gesteenten zoals graniet. Echt venushaar heeft daar dus blijkbaar wat moeite mee. In Brugge althans zijn de groeiplaatsen van de beide soorten echt wel verschillend. Hoe dan ook, ze groeien.

Met dank aan de wilde Tuinlobelia.

 

 

Mooier dan Heermoes

Op een kwartier lopen van mijn huis, langs de Boezembocht in Rotterdam, staat een bijzondere plant: Reuzenpaardenstaart. Hij is prachtig met een lichtgroene stengel, die gelijkmatig in kleine stukjes is verdeeld. Ieder stukje eindigt in een bleekgroene schede bekroond met een rij fijne donkere tanden. Daaromheen hangt een wolk van groene takjes die de stengel omlijsten. Die zijtakjes zitten in regelmatige kransen.

In het vroege voorjaar verschijnen uit de wortelstokken van Reuzenpaardenstaart soms afwijkende stengels: zonder zijtakjes, heel bleek met ruim zittende geel-bruine schedes en aan het eind een sporenaar. Die vruchtbare stengels zijn meestal weer verdwenen als de groene stengels uitgroeien. Daarom hebben veel mensen niet door dat ze bij elkaar horen. Ik kan me zo voorstellen dat mensen deze vreemde wezens zelfs aanzien voor een paddenstoel in plaats van een plant.

Reuzenpaardenstaart – links sporendragende bladgroenloze stengels en rechts groene, vertakte stengels zonder sporenaren

De mooiste paardenstaart
Ik omschrijf Reuzenpaardenstaart vaak als een mooiere en grotere versie van Heermoes. Dat werkt vaak goed want vrijwel iedereen kent Heermoes … als een lastig te bestrijden onkruid. Net als de Reuzenpaardenstaart vormt Heermoes ook van die bleke onvertakte voorjaarsstengels met sporenaren; terwijl de andere Nederlandse paardenstaarten zoals Lidrus en Holpijp maar één soort stengels hebben, met aan het einde een sporenaar. Heermoes wordt ook wel Legoplant genoemd omdat als je de stengels uit elkaar trekt, de stukjes weer in elkaar te schuiven zijn en het eruit ziet alsof hij weer in elkaar zit. Bij Reuzenpaardenstaart werkt dat kunstje net zo goed.

De telescopisch ontluikende stengel van de Reuzenpaardenstaart (Equisetum telmateia).

Zeldzaam
Waar Heermoes in Nederland heel algemeen is, is Reuzenpaardenstaart dat zeker niet. Reuzenpaardenstaart komt slechts in zo’n 270 van de 36.000 kilometerhokken voor, dat valt in de categorie ‘Zeldzaam’. Bijna de helft daarvan is geconcentreerd in Zuid-Limburg en Oostelijk Nederland bij bronnetjes waar kalkrijk water uit de bodem kwelt. De andere vindplaatsen liggen vooral in de Flevopolders, het rivierengebied en de rivierdelta (Zeeland). Het is dus best bijzonder dat Reuzenpaardenstaart bij mij ‘om de hoek’ groeit. Nu kom ik wel meer zeldzame planten tegen in de stad, maar vaak zijn dat op een of andere manier door mensen aangevoerde soorten en dat is toch net iets minder leuk dan een soort die zich op eigen houtje in de stad heeft gevestigd.

Waar groeit die Reuzenpaardenstaart?
Hij komt in Rotterdam nu op minstens vier plekken voor: behalve langs de Boezembocht ook in het Zuiderpark, in een berm nabij vliegveld Zestienhoven en op een talud langs de A15. Op alle plekken kan je je voorstellen dat er sprake is van kwel (uittredend grondwater), ze liggen aan de rand van of op een talud. Daarnaast is deze paardenstaart een liefhebber van kalk, op welke manier daar op deze plekken in is voorzien weet ik niet zeker. Wel is in de stad vaak meer kalk in de bodem aanwezig dan je op grond van de historische, in Rotterdam veelal venige, ondergrond verwacht. Dat komt door het aanvoeren van zand voor het aanleggen van wegen en het bouwen van woonwijken. Misschien helpt het zandige ruiterpad in de berm vlak langs ‘mijn’ Reuzenpaardenstaart wel een handje.

Ieder jaar ga ik wel een keer kijken hoe hij erbij staat, hij heeft zich uitgebreid, en ik neem ook altijd een keer een paar stengels mee naar mijn plantencursus om te laten zien dat je voor bijzondere en mooie planten echt niet de stad uit hoeft.

Reuzenpaardenstaart – Equisetum telmateia