Home » voedselgewassen

Categorie: voedselgewassen

Snoep- en snackplanten

Snacken is misschien niet goed voor de gezondheid, maar wel leuk voor de stadsflora, ten minste als je noten en vruchten snoept. In 2002 schreef Remko Andeweg in ‘Vreemde planten in Rotterdam’ al over de tomaat op straat als bijproduct van ‘broodjes gezond’.  Appelbomen die opkomen uit weggeworpen klokhuizen is ook een bekend fenomeen; zoals de oude appelboom op de kade van de Wijnhaven in Rotterdam. Maar er zijn nog veel meer voorbeelden van planten die dankzij ons snoepgedrag een geschikt plekje hebben weten te bemachtigen tussen de stoeptegels of in een plantsoen, zoals:

Kiwi – Actinidea deliciosa, aangetroffen op het Afrikaanderplein dat als marktplein functioneert | foto: Dick Hoek
  • Vijgen (Ficus carica): eind zeventiger jaren is de eerste verwilderde vijg in Nederland gevonden, nu duikt hij overal in het stedelijk gebied op, in Rotterdam zijn al tientallen waarnemingen van Vijg. Door de gestegen stadstemperatuur in Nederland kan de vijg hier nu goed overleven en we consumeren vast meer vijgen op straat dan vijftig jaar geleden.
  • Kiwi (Actinidia deliciosa): in 2005 werd Kiwi voor het eerst in Nederland verwilderd aangetroffen, door Remko Andeweg in Rotterdam. De afgelopen jaren kwamen daar een stuk of twintig waarnemingen bij. Juli 2019 vond onze Rotterdamse Florawerkgroep een Kiwi op het Afrikaanderplein; gevolg van de wekelijkse markt. Eerder vonden we Kiwi tussen de treinsporen van Rotterdam centraal. Hiervoor is het kiwizaad waarschijnlijk eerst een darmkanaal gepasseerd, dus past hij eigenlijk niet helemaal in dit verhaal.

    Kiemlingen van Dadelpalm – Phoenix dactylifera in plantenbakken met Buxusstruikjes rond de ingang van een moskee in Gouda, 2017
  • Dadels (Phoenix dactylifera): In 2017 vonden we tijdens een FLORON-stadsplantenexcursie in Gouda in diverse plantenbakken en tussen de straatstenen kiemlingen van Dadelpalm. Het zal geen toeval zijn dat dit vlakbij een moskee was. Moskeebezoekers zoeken na het nuttigen van een dadel een plek voor de pit en wat is er dan logischer dan die in een plantenbak duwen. De kiemlingen overleven in ons huidige klimaat de winter niet, dus een volwassen dadelpalm zit er voorlopig niet in.
  • Perzik (Prunus persica): In juni 2019 vonden we met de Rotterdamse Florawerkgroep een Perzikkiemplant in een plantenbak in Rotterdam-zuid. Perzik is waarschijnlijk ook een populaire strandsnack, want behalve waarnemingen in steden en langs de rivieren zijn er diverse planten bij strandopgangen aangetroffen.
  • Chia (Salvia hispanica): Chiazaad werd in korte tijd populair als superfood. In 2013 werden in Amsterdam en Groningen de eerste exemplaren van Chia tussen de straatstenen gevonden; intussen zijn er tientallen waarnemingen, vrijwel allemaal in het stedelijk gebied. Chia is een soort salie, een lipbloemige dus. De stengel is dan ook in doorsnee vierkant met opvallende, ronde hoekribben. Tot nu toe zijn er geen waarnemingen van bloeiende planten. Wel zijn er twee waarnemingen waarin bloeiwijzen te zien zijn; beiden uit november; chiazaad oogsten uit deze verwilderde planten zal er dus in het Nederlandse klimaat voorlopig nog niet in zitten.

    Perzik – Prunus persica opgekomen in een plantenbak in Rotterdam Zuid | foto: Josée van Oers

En waarom vinden we nou wel tomaat en geen komkommer op straat? Dat komt omdat we komkommers onrijp eten en omdat telers tegenwoordig rassen gebruiken met alleen vrouwelijke bloemen die niet bevrucht worden. Ik ben benieuwd welke aanvullingen op de snoep- en snackplantencollectie we de komende jaren nog tegen zullen komen.

Zie ook:

Cultuur in de stad

Nee het gaat hier niet over een balletvoorstelling of de laatste voorstelling van Andre Rieu, maar over cultuurplanten die ik tegenwoordig vaak zie in de stad. Officieel is de definitie voor deze planten als volgt: een cultuurgewas of cultuurplant is een plantensoort die voor menselijk gebruik wordt geteeld en uit wilde planten is veredeld. De reden daarvoor is de toepassing voor  voedsel of medicijnen.
Er bestaat ook zoiets als secundaire cultuurgewassen. Dit zijn planten die als on- of bijkruiden werden meegecultiveerd met andere cultuurgewassen en later zelf ook werden gebruikt als cultuurgewassen. Voorbeelden zijn haver, rogge, tomaat, maanzaad en huttentut.

Om te beginnen is er Hop (Humulus lupulus). Meestal valt deze plant niet op. De stengelbladeren zitten verstopt tussen ander groen en ook lijken deze bladeren op die van de braam. En dan bedoel ik de cultuurbraam die in vele varianten in tuinen staat. Hop werd en word veel gekweekt voor de bierproductie. De plant valt ook dan pas op als de typische hopbellen verschijnen.

Ook een plant die ik regelmatig in de stad tegenkom is Cichorei (Cichorium intybus). Officieel komt de plant komt voor in wegbermen Hieraan dankt Cichorei de Nederlands/Duitse volksnaam Wegenwachter. Maar de plant komt ook voor langs dijken en in droog grasland. Cichorei is waarschijnlijk door de Romeinen meegebracht. We kennen de plant ten eerste goed van het gebruik als koffiesurrogaat. Ten tweede is er een variant van Cichorei, andijvie. Dus als andijvie gaat bloeien krijg je ook die fantastische mooi blauwe bloemen. Tegenwoordig wordt een variant van de plant gekweekt voor de productie van insuline.

Raapzaad/koolzaad

Soms zie je op onverwachte plekken graan groeien. Dit gewas is al 7000 jaar bekend bij de mensheid. Dus niet zo gek al je dit in een stad tegenkomt. Graan is een verzamelnaam voor de vele planten die gebruikt worden voor de productie van voedsel zoals Rogge, Haver, Gerst etc.

De Slaapbol en de verwante Papaver zijn natuurlijk bekend. De zaden kunnen prima verwerkt worden als maanzaad of voor het maken van tafelolie en verfolie maar iedereen kent de plant natuurlijk voor de productie van opiumpreparaten. Het is in ieder geval een prachtige plant die overal plotseling kan opduiken.

De Aardappel/Tomaat/Paprika/Aubergine plant. Deze staan bij elkaar genoemd want ze behoren alle tot dezelfde familie. Je komt ze in ieder geval vaak tegen.

Een hele mooie maar ook beruchte plant is de Hennep. Wereldwijd in veel steden te zien. Hennep is meer bekend onder zijn wetenschappelijke naam: Cannabis sativa. Deze plant wordt vandaag de dag maar voor één reden gekweekt: weed.

In het voorjaar kleurt alles geel. Een grote verantwoordelijke voor deze kleur is Kool/Raapzaad. Beide planten lijken zo op elkaar dat ik ze in een adem noem. Ze worden geteeld voor de olieproductie, al sinds 2000 jaar, en de stad staat er vol mee.

De kiwi is relatief kort in Nederland. De kiwi of Chinese kruisbes (Actinidia chinensis) kennen wij pas pas zo’n 100 jaar. In 1906 werden de eerste zaden uit China gehaald. De plant heette toen nog Chinese kruisbes. Pas in 1956 werd het in Nieuw-Zeeland een succesvol exportproduct. Sindsdien heet de plant Kiwi. Toch kom je de plant zo hier en daar in de stad tegen.

De vijgenboom of vijg (Ficus carica). Dat is er ook een die mij de laatste tijd opvalt. Of het nu door klimaatverandering komt of dat mensen gaan inzien dat je voor de deur je eigen voedsel kan verbouwen weet ik niet. Maar deze boom valt mij steeds vaker op, mede door zijn enorme stengelbladeren. Die kennen wij ook van de bekende Ficus-kamerplant.

Ik besef heel goed dat deze lijst lang niet compleet is. Maar deze cultuurgewassen zie ik vaak tijdens mijn ronde als postbode.

Het is maar schijn

De naam zegt het al, en Peter Hegi noemde het kortgeleden ook in zijn bijdrage: schijnaardbei lijkt op een aardbei, maar is het niet.
Veel mensen hebben moeite met het onderscheid tussen de bosaardbei (Fragaria vesca) en de schijnaardbei (Potentilla indica), door sommigen ook hardnekkig Indische aardbei genoemd. Een paar jaar geleden vroegen wij, plantenwerkgroep in Zoetermeer,  middels een krantenbericht of mensen ons door wilden geven waar Bosaardbeien groeiden. Prompt kwam er een reactie van een tuingroep die meldde dat ze die Bosaardbei maar een lastige woekeraar vonden. Je raadt het al, het bleek de Schijnaardbei te zijn. Als mensen de Schijnaardbei wel kennen, vinden ze het meestal geen fijne plant, hoewel het een leuke bodembedekker is. Hij verspreidt zich snel, bloeit lang door en maakt mooie rode vruchtjes. Helaas zijn deze nogal waterig van smaak. Sommigen noemen ze zelfs giftig, maar dat is gelukkig niet waar.

Toch zijn de verschillen niet zo moeilijk.
Als ze bloeien is het meteen duidelijk: de Bosaardbei heeft witte bloemen, de Schijnaardbei gele. Bovendien heeft de Schijnaardbei vrij grote bijkelkbladeren, die breed uitsteken onder de bloemen. Dit zie je ook al duidelijk bij de knoppen.

In de vruchtperiode is het ook makkelijk. De Bosaardbeitjes hangen omlaag, de Schijnaardbeitjes staan omhoog. Door de bijkelkbladen er onder lijkt het een aardbei op een schoteltje.
Maar ook de bladeren verschillen. Draai een blad maar eens om: de onderkant van de bosaardbeibladeren is zilverig wit, terwijl het blad van de Schijnaardbei aan de onderkant groen is.

Bosaardbei, Fragaria vesca

 

Schijnaardbei, Potentilla indica

Van bovenaf gezien vind ik de Schijnaardbei ‘groenere’ bladeren hebben, die sterker getand zijn.

Ook de uitlopers zijn anders: De Bosaardbei werpt zijn kleintjes als het ware door de lucht om ze ‘ergens’ verderop neer te laten komen. De Schijnaardbei schuift een nieuw plantje met korte uitlopers over de grond, zodat ze niet ver van de moederplant wortelen.

 

Misschien wel de beste manier om ze uit elkaar te leren houden, is om ze allebei in je tuin te zetten, zodat je heel goed het verschil kunt leren. In de tuin waar ik werk kweken we Bosaardbeien, en ik heb me altijd verwonderd over het feit dat de Schijnaardbeien lijken te weten waar ze relatief ongestoord kunnen groeien, nl. in het aardbeienbed. Verstopt totdat de bloemkleur ze verraadt.

Bos- en Schijnaardbeien door elkaar: zoek de verschillen!

Straprika

In de afgelopen herfst vond ik aan het begin van de straat waar ik woon een plant die, gelet op de bloemen, duidelijk tot de Nachtschadefamilie behoorde. Hij stond in een kier tussen een stoeptegel en de gevel van een winkel. Enkele weken later begonnen zich vruchten te ontwikkelen. Waren dat pepers of paprika’s? De eigenaar van de winkel had geen idee hoe die plant daar gekomen was. Omdat de plant in zo’n klein kiertje stond is het zeer onwaarschijnlijk dat iemand hem daar had geplant. Er moet dus iemand een zaadje hebben laten vallen.

Nu de vraag ‘paprika of peper?’. Het zijn verschillende rassen van dezelfde soort, namelijk Capsicum annuum. Het betreft hier wellicht een zogenaamde ‘puntpaprika’. De meeste paprika’s die we in de winkel aantreffen zijn  ‘blokpaprika’s’. De paprika die hier in Breda zomaar op straat groeit is volgens de literatuur een echte kasplant die een temperatuur nodig heeft van 16 tot 25 graden Celsius. Paprika’s werden al voor de tijd van Columbus in Midden- en Zuid-Amerika gekweekt. Veel mensen denken dat de paprika afkomstig is uit Hongarije. Dat is niet zo gek want het woord ‘paprika’stamt uit het Hongaars en betekent ‘peper’. En paprika’s vormen een wezenlijk onderdeel van goulash.

Niet alle kleurige pepers behoren tot de soort C. annuum. De beroemde, en ook wel beruchte Madame Jeanette uit Suriname, behoort tot de soort Capsicum chinensis. Een onverwachte soortaanduiding voor een geslacht uit Midden- en Zuid-Amerika.

Intussen is onze straatpaprika verdwenen. Het schijnt een meerjarige plant te zijn, dus wie weet kan ik er volgend jaar wel van eten. Dat was ik nu vergeten.

Voedsel op de kribben

Hoewel rivierkribben niet tot het stedelijk milieu behoren, is het ook zeker geen natuurlijke biotoop. Het zijn kunstmatige, stenen dammen in de rivierbedding die voorkomen dat de stroming erosie van de rivieroevers veroorzaakt. Dat deze kunstmatige biotoop naast wilde soorten ook een hoop niet-wilde plantensoorten herbergt, is natuurlijk te verwachten. Op deze kribben ontwikkelt zich over het algemeen een ruigtevegetatie van Braam en Wilg, maar deze vegetatie wordt met enige regelmaat volledig weggemaaid. Ook de bijna jaarlijkse overstromingen zorgen er voor dat de vegetatie zich om de zoveel tijd weer volledig reset. Elk jaar kan je daarmee andere soorten aantreffen, wat het aflopen van de kribben onwijs leuk maakt!

Tomaat op kribben

Een opvallende groep aan planten die je specifiek op kribben aantreft, en daarbuiten zeer zelden, zijn voedselgewassen. Dat Tomaat hier een permanent onderkomen heeft gevonden, is voor velen geen nieuws. Maar goed, Tomaat tref je elders ook regelmatig verwilderd aan. Maar er zijn nog veel leukere soorten te vinden. Zo kan je Pompoen, Meloen, Watermeloen en Komkommer aantreffen, vreemd genoeg allemaal uit dezelfde familie (Cucurbitaceae). Verder worden af en toe soorten als Druif, Vijg, Peer en Appel aangetroffen. Ook de minder bekende Goudbes, ook bekend als Ananaskers, wordt vrij regelmatig waargenomen. Andere eetbare planten die je op en tussen de kribben aan kan treffen zijn Bieslook, Postelein, Aardpeer, Chia, Boksdoorn (gojibessen), Kool, Hennep (Wiet) en nog vele andere soorten.

Komkommer

Wat de soorten allemaal gemeen hebben is dat zij pas laat in het jaar ontwikkelen; begin augustus tot eind september is de beste tijd om op zoek te gaan. Op Tomaat na, krijgen de meeste soorten het niet voor elkaar om rijpe vruchten te ontwikkelen. Maar met de huidige klimaatveranderingen kan daar nog wel eens verandering in gaan komen! Wees echter voorzichtig met de consumptie, ondanks dat de waterkwaliteit aanzienlijk verbeterd is de afgelopen jaren, is de kans op verontreinigingen en hoge concentraties van zware metalen nog steeds aanwezig. Maar goed, eetbaar of niet, wie wordt er nu niet blij van een miniwatermeloen?

Pompoen

 

Straatspinazie

In de meimaand kwam ik in Breda op straat een niet-bloeiende plant tegen die ik in de verste verte niet thuis kon brengen. Na een paar weken ontdekte ik dat er iets van bloemetjes te zien waren. Na nog wat gepuzzel kwam ik erachter dat het om spinazie (Spinacia oleracea) ging. Ik ben duidelijk geen moestuinier. Ik ken spinazie uit de supermarkt en had geen idee hoe de bloemen eruitzagen. Nu wel.
De spinazieplant is meestal tweehuizig, dat wil zeggen dat de vrouwelijke en de mannelijke bloemen op verschillende planten te vinden zijn. De mannelijke bloeiwijze is aarvormig en de vrouwelijke bloeiwijzen zijn okselstandig met per bloem 4 of 5 witte stempels (zie foto 2). De bladschijf is eirond tot driehoekig spiesvormig.

Vrouwelijke bloeiwijze van spinazie

Het woord spinazie is afkomstig van het Perzische woord ‘esfenaj. De soortaanduiding ‘oleracea’ betekent ‘als groente gebruikt ‘of ‘n moestuinen groeiend’.

Spinacea oleracea behoort tot de familie van de Amaranthaceae. Tot deze familie behoren ook allerlei soorten bieten en ook quinoa. Spinazie is een snelgroeiend, eenjarige bladgroente, die naar het schijnt al heel lang geleden in Perzië werd geteeld. De plant stamt uit West-Azië, maar is niet als wild bekend. De stamvorm is waarschijnlijk Spinacia tetranda, eveneens uit West-Azië. De ‘wilde spinazie”uit de winkel is de gewone spinazie die wat langer doorgegroeid is.

Van spinazie word je sterk. Dat kregen we vroeger vaak te horen. Het verhaal erachter was dat er veel ijzer in spinazie zou zitten en van ijzer word je sterk. Het idee werd nog versterkt door de avonturen van Popeye the sailor man. Hij opende in benarde situaties een blik spinazie, gooide de inhoud naar binnen en loste met de kracht van ijzer de problemen meteen op. De achtergrond hiervan is dat de regering van de Verenigde Staten tijdens de Tweede Wereldoorlog de vleesconsumptie wilde beteugelen en daarom de consumptie van spinazie wilde bevorderen. Popeye bleek de ideale promotor.

Spinazie is iets voor kwekers met weinig geduld. Na ongeveer vier tot zes weken kun je al oogsten. In spinazie zit inderdaad ijzer, 3 tot 4 mg per 100 gram versproduct en dat is niet bijzonder veel. Daarnast zit er allerlei gezonds in: caroteen, vitaminen en anti-oxidanten. Maar er zitten ook lichtgiftige stoffen in, nl. oxaalzuur en nitraat. Je moet er dus niet zoveel van eten als Popeye.

Nog even terug naar de vindplaats. In dezelfde straat en op precies dezelfde plaats werden in 2014 Chia-planten gevonden. Je vraagt je af of er een guerilla-tuinier actief is. Zie website www.stadsplantenbreda.nl.

Sorghum, Sorgo

Sommige grassen spreken qua naam al tot te verbeelding.  Sorgo.  Waar komt die naam vandaan?  C.A. Backer weet het niet.  Google ook niet, dus dan klopt dat.  In België en Nederland groeien er twee soorten. De één is een graangewas uit Afrika en heeft als officiële Nederlandse naam Kafferkoren (S. bicolor).  Ik ga die links laten liggen. De ander is een mysterieus overblijvende: Wilde sorgo. Dat mysterieus komt vanwege haar verspreiding. Ik ken het uit tuinen, langs snelwegen, op een dijkje, bij graantransport en recent van opgebrachte grond.  Hoe komt die plant daar?

Ik zette het in mijn eigen tuin omdat ik er een jonge plant van vond op opgebrachte grond te Genk die ik niet direct herkende.  Ik vermoed dat ik de enige ben met deze afwijking, dus in andermans tuinen is de oorsprong vast anders. Zou men het hebben gekocht? Of zit het stiekem tussen de mezenzaadjes?  De plant kan wel decoratief zijn, maar ik vermoed niet voor lang als ze flink gaat uitbreiden. In een tuincentrum zag ik hem nog nooit aangeboden.

Nu het zo droog is, is het de enige plant die vrolijk blijft in mijn tuin. Hij viel me ook al op op een inmiddels oude groeiplaats in de haven van Gent. Alles was vrijwel verdord, behalve de Wilde sorgo (Sorghum halepense).   Het is ook geen kleine plant en heeft relatief breed blad dus petje af voor deze droogteresistentie.  De plant moet ook nog even, want normaal komt ze pas in augustus en september in bloei.  In Gent was ze dit jaar begin juli al bezig.

Wat zoekwerk naar de plant leidt gedeeltelijk naar een antwoord op de vraag naar haar voorkomen. De plant komt oorspronkelijk uit het mediterrane gebied, maar is ook hier voornamelijk een onkruid die reageert op menselijke activiteit.  Ook daar staat ze in wegbermen en op omgewerkte plaatsen. Zo is ze dus, eenmaal aangevoerd, redelijk gemakkelijk ook in ander werelddelen gevestigd en zal ze ook niet zo maar weer verdwijnen.

De stad staat vol pestomateriaal

Afgelopen week verzamelde ik wat planten voor de floracursus die ik dit jaar in Rotterdam  geef. Ik blijf daarvoor meestal dichtbij huis, daar is al voldoende variatie te vinden om de belangrijke families: zoals lipbloemen, kruisbloemen en planten uit de Anjerfamilie, met levend materiaal te kunnen illustreren. Als ik planten pluk wordt ik nogal eens aangesproken, zo ook deze keer. Negen van de tien keer wil degene die me aanspreekt dan weten of wat ik net geplukt heb eetbaar/gezond is, of ik op zoek ben naar eetbare planten.

Nou ben ik zelf niet zo’n actieve wildplukker, al kauw ik onderweg zeker wel eens op een blaadje Klaverzuring of een stengel Reukgras, ik geniet meer van het uiterlijk van de wilde planten dan van de smaak. Van heel veel planten heb ik dan ook geen idee of ze lekker zijn en/of gezond zijn. Maar, gelukkig zijn juist enkele van de in de stad algemeen voorkomende wilde planten prima eetbaar zodat ik meestal wel een voorbeeld kan aanwijzen waarvan ik zeker weet dat die soort prima eetbaar is zoals Brandnetel, Vogelmuur, Grote zandkool, ook wel aangeduid als wilde Rucola. Verder Smalle weegbree – in kleine hoeveelheden, want is wel bitter!- Veldzuring, Paardenbloem of Zevenblad.

Kleine veldkers (Cardamine hirsuta) doet het prima in een salade: licht peperig zoals veel kruisbloemigen. foto: Peter Hegi

Zo kon ik ook afgelopen week de dame die me aansprak wijzen op de Grote brandnetel en de Kleine veldkers. En daarna ook nog wat vertellen over het plezier van het zoeken naar wilde planten in het algemeen. Na afloop heb ik nog wel even opgezocht of Hondsdraf die ik in mijn hand had toen ze me aansprak ook goed verteer baar is. En ja hoor, ook Hondsdraf is met mate eetbaar: wat bloemetjes en blaadjes in de salade of soep; een andere website adviseert om er thee van te trekken.

Zo leer ik langzamerhand de eetbaarheid van de Wilde planten in mijn omgeving kennen en blijkt de hele stad vol te staan met materiaal voor pesto, soep, salade of kruidenthee. Het is leuk om daarmee nieuwsgierige buurtbewoners te kunnen prikkelen om met hongerige ogen naar het ‘onkruid’ tussen de stoeptegels en in de plantsoenen te kijken.

PS: Ze zeggen dat Japanse duizendknoop ook eetbaar is, dat gekookte jonge spruiten lijken op rabarber. Omdat ik van Rabarber houd en de Japanse duizendknoop langs ons achterpaadje graag kwijt wil heb ik het een keer geprobeerd; maar de stengels bleken al zo stevig te zijn dat het nauwelijks tot moes kookte en geen eetbaar resultaat opleverde. Blijkbaar moet je er nog eerder bij zijn, misschien komende week nog eens proberen.

Mislukte poging om van Japanse duizendknoop (Fallopia japonica) een moes te maken zoals gekookte rabarber. Waarschijnlijk zijn alleen de echt jonge scheuten eetbaar.

Het eten ligt op straat

Een aparte groep planten die je in de stad kunt onderkennen wordt gevormd door voedselgewassen. Als voorbeeld heb ik nu het meest Nederlandse volksvoedsel: de aardappel, gekozen, maar er zijn er veel meer in de stad aan te wijzen. Wie de leek wil interesseren voor stadsnatuur vormen deze ‘dwalingen’ een mooi aangrijppunt. Ze zijn vaak een wonderlijke brug tussen bord en asfalt. Zoals melk al lang niet meer uit de fabriek komt, maar van AH, weet de burger niet van de tomatenplant, de rucolaplant, de veldslaplant, de goudbesplant, noch van haver en gort.

Overigens was het de eerste Europeanen, die in Europa met de aardappel in aanraking kwamen, ook niet direct duidelijk dat de knol eetbaar was. De geschiedenis wil dat in het begin van de zeventiende eeuw de eerste aardappelknollen het Franse hof bereikten. De knollen werden in de grond gezet en enkele maanden later werd er een feestmaal gehouden, gemaakt van de groene vruchtjes. Alle disgenoten werden prompt ziek. Pas veel later zou de aardappel volksvoedsel worden in Noord-West Europa. Al met al zit er  300 jaar tussen ontdekking van de knol en acceptatie als voedsel, terwijl de Inca’s het gewas al honderden jaren aten.

voedselplant op straat

De plant komt oorspronkelijk uit de Andes. De wetenschappelijke naam is Solanum tuberosum. De geslachtsnaam ‘Solanum’ is afgeleid van het Latijnse ‘solari’ dat ‘troosten’ of ‘verzachten’ betekent; denk aan het Nederlandse woord ‘soelaas’. De soortaanduiding ‘tuberosum’ betekent ‘knol’.

Als solitaire plant in de stad is de bloem leuk, en opvallend afstekend tegen het donkere matte groen van de bladen.