Home » klimopbremraap

Tag: klimopbremraap

Klimopbij erbij

Klimop (Hedera helix) is een stadsplant die zich in mijn bijzondere belangstelling mag verheugen. Dat heeft alles te maken met mijn belangstelling voor insecten; wilde bijen en wespen in het bijzonder.

In de stad is klimop de laatste jaren toegenomen, is mijn indruk. De reden is dat klimop als onderdeel van tuinafscheiding in de mode is geraakt. Al heel simpel is wat betonijzer tussen twee palen gezet en dan klimop ertegenaan. Min of meer gelijktijdig arriveerde een zuidelijke bij, de klimopbij (Colletes hederae) in Limburg. We spreken over 10 jaar geleden. Vanuit Limburg begint de klimopbij een gestage opmars naar het Noorden. In 2017 trof een collega de eerste in een plantsoen in Breda aan. In 2018 vond ik de eerste in mijn tuin, en in dat zelfde jaar werden door mij en anderen tientallen klimopbijen in Breda gesignaleerd. De klimopbij is een forse bij, zo groot als een honingbij en lijkt er ook wel op. Je moet letten op de bandjes op het achterlijf. Die heeft de klimopbij wel en de honingbij niet.

De klimop moet wel bloeien voor veel insecten.

Klimop is uit ecologisch standpunt een belangrijke stadsplant. Vogels vinden er dekking in en vooral merels nestelen er graag in. Het is daar doorgaans veiliger voor katten dan in struiken en ook voor andere predatoren als eksters biedt klimop goede dekking.

Het is een waardplant voor het boomblauwtje, kolonies mieren lopen meters omhoog en omlaag om luizen te melken, er huizen vele soorten spinnen en kevers. Om klimop te laten bloeien moet je in ieder geval een deel niet snoeien. Bij voorkeur het deel dat in de zon staat, vaak de bovenkant.

Bloeit de klimop dan sta je verbaasd over de hoeveelheid insecten die wekenlang op de bloemen afkomt.

Het zoemt op zonnige dagen van jewelste: klimopbijen, blinde bijen, limonadewespen, hoornaars, diverse hommelsoorten, atalanta’s, aurelia’s, diverse graafwespen, sluipwespen, vleesvliegen, enz. In de winter tot in de vroege lente vormen de zwarte bessen voedsel voor lijsters en spreeuwen.

Heb je geluk, zoals ik, dan kun je in je eigen tuin ook nog de klimopbremraap scoren.

Klimopbremraap heeft een mooie, snel verwelkende bloem.
Klimopbremraap is ongeveer 10 cm hoog.

Klimopbremraap

Zowel in de voortuin als de achtertuin staat bij ons klimop. Sinds een jaar of vijf verschijnt om de paar jaar, onregelmatig, dan wel in de voortuin, dan wel in de achtertuin, klimopbremraap (Orobanche hederae). Het is niet uitgesloten dat hij vaker is verschenen en niet opgemerkt. Per definitie groeit hij in de schaduw van klimop en de plant is van een afstand niet heel opvallend. Van dichtbij blijkt hij toch wel mooi en bijzonder met zijn crêpepapier-achtige bloemen met geel hart op een rode, behaarde achtergrond.

Bremrapen zijn parasitaire planten die alle een specifieke gastheer hebben. Zo zie je klavervreter bij klaver, de distelbremraap bij distel en de klimopbremraap bij klimop. Er zijn in Nederland ongeveer tien en ze zijn eigenlijk allemaal tamelijk zeldzaam. De meeste groeien op open terrein, want houden van warmte. Ik herinner me woekeringen van bremraap in het Middellandse Zeegebied.

Klimopbremraap is dus de uitzondering omdat hij in de schaduw groeit. Ook in zeldzaamheid is hij een uitzondering omdat hij wat lijkt toe te nemen.

Klimop en bremraap

Tot de bremraapfamilie behoort ook ratelaar en ogentroost. Dat zijn halfparasieten, want ze hebben nog wel bladgroen. Bremraap niet.

De Nederlandse naam ‘bremraap’ is afkomstig van de grote bremraap die op brem parasiteert met een ondergronds knol- of raapachtig orgaan. De wetenschappelijke geslachtsnaam ‘orobanche’ en betekent iets als ‘peulvruchtenwurger’. Ook hier is de geslachtsnaam afkomstig van een soort, die kennelijk nogal in gaten liep: hij dook op in de moestuinen van de Grieken en Romeinen.

De wetenschappelijke soortaanduiding ‘hederae’ betekent ‘klimop’.