Home » kruisbloemen

Tag: kruisbloemen

Vergelijking van twee raketten

“Ik zie veel vaker Hongaarse dan Oosterse raket” vertelden diverse floristen mij. Dat verbaasde me want mijn ervaring is precies omgekeerd: in Rotterdam vind ik in vrijwel ieder kilometerhok Oosterse raket (Sisymbrium orientale), en af en toe ook Hongaarse raket (Sisymbrium altissimum). Ik vroeg me af of mensen de twee soorten soms verwisselden; het zijn ten slotte allebei raketten met opvallend lange hauwen (vruchten). Maar, dat is niet heel waarschijnlijk want er zijn veel verschillen; als je ze een beetje kent zijn ze makkelijk uit elkaar te houden.

Hongaarse raket (Sisymbrium altissimum)

De Heukels flora geeft als belangrijkste verschillen:

  • Kelkbladen | Hongaarse: ver afstaand | Oosterse: rechtopstaand
  • Stengelbeharing | Hongaarse: onderaan ruw, bovenaan kaal | Oosterse: overal zachtbehaard
  • Bovenste bladeren | Hongaarse: met 2-5 paar smalle slippen | Oosterse: enkelvoudig of met 1 paar slippen
Oosterse raket (Sisymbrium orientale)

Dus keek ik maar eens naar de verspreidingskaartjes van beide raketten. Beide zijn exoten, maar wel ingeburgerd; ze doken ergens tussen 1850 en 1950 voor het eerst op in Nederland. Hongaarse raket kwam hier vanuit Oost Europa, hetgeen gelijk zijn Nederlandse naam verklaard; Oosterse raket uit het Middellandse zeegebied en de regio’s daaromheen,  dus vooral uit zuidelijke richting. Hoewel het beide pioniers zijn die houden van open, droge zandgrond, verschillen ze toch in standplaatsvoorkeur. Oosterse raket houdt ook van stenige standplaatsen. Dat verklaart dat hij zich makkelijker tussen de straatstenen nestelt en het goed doet in het stedelijk gebied. Hongaarse raket wordt in Nederland vooral gevonden langs spoorwegen, op industrieterreinen en in de duinen.

 

Verspreiding van Hongaarse en Oosterse raket in Nederland. De kaartjes tonen de km-hokken waar ze tussen 1990-2019 zijn gevonden. In de legenda zie je dat Hongaarse raket in ruim 3000 hokken was gevonden en Oosterse in nog geen 600 hokken.

Het rechter kaartje laat zien dat Oosterse raket tot nu toe een duidelijke voorkeur heeft voor randstedelijk gebied terwijl Hongaarse raket veel ruimer verspreid is. Den Haag, Rotterdam, Dordrecht en Amsterdam zijn goed op de rechter kaart te herkennen. Hongaarse raket is in vijf keer zo veel hokken aangetroffen. Dit maakt het aannemelijk dat mensen buiten de randstad vaker Hongaarse raket zien dan Oosterse raket.

Maar verklaren de kaartjes dan ook dat ik in Rotterdam meer Oosterse dan Hongaarse raket vind? Oosterse raket lijkt rond Rotterdam wel iets meer gevonden dan Hongaarse raket, maar het verschil op het kaartje is niet zo groot. Toen ik nog wat verder zocht vond ik waarschijnlijk de oorzaak van mijn ervaring: de trend van deze twee soorten.

Links zien we dat Hongaarse raket zijn hoogtepunt had rond 1995 en nu sterk afneemt. Oosterse raket fluctueert sterk, maar toont geen afnemende trend.

Tot mijn verrassing blijkt Hongaarse raket op zijn retour in Nederland; rond 1995 had hij een hoogtepunt en in 2018 was hij ten opzichte van 1990 met zo’n 75% afgenomen. Floristen met twintig jaar ervaring of meer hebben dus het hoogtepunt van de Hongaarse raket meegemaakt. Maar, ik inventariseer pas sinds 2011 en heb die piek dus niet meegemaakt en ervaar alleen de huidige situatie. Als we focussen op de laatste paar jaar zien de verspreidingskaartjes er zo uit:

Verspreidingskaartjes van Hongaarse en Oosterse raket van waarnemingen in alleen de jaren 2015-2019. Het meer Randstedelijke karakter van Oosterse raket is hier heel zichtbaar.

Hier is goed zichtbaar dat Oosterse raket in Rotterdam in de periode 2015-2019 veel vaker is gevonden dan Hongaarse raket. Het klopt dus dat buiten de randstad Hongaarse raket nog steeds algemener is dan Oosterse, want in dezelfde periode in twee keer zo veel hokken aangetroffen, maar het verschil is wel veel kleiner geworden. Veel floristen moeten waarschijnlijk wel hun beeld bijstellen over de algemeenheid van Hongaarse raket.

Oosterse raket (Sisymbrium orientale)

Knopherik – zaden met een wespentaille

Herik, Knopherik en Zwaardherik zijn allemaal leden van de Kruisbloemenfamilie maar behoren niet tot één en hetzelfde geslacht. Herik behoort tot het geslacht Sinapis (Mosterd), Zwaardherik tot het geslacht Eruca en Knopherik tot het geslacht Raphanus (Radijs).

De gewone Herik heeft heldergele bloemen en lijkt qua voorkomen veel op andere gele kruisbloemige zoals Raapzaad, Mosterd en Koolzaad. De bloemen van Knopherik en Zwaardherik kunnen in kleur variëren van geel tot violet, blauwachtig tot bijna paars of wit.

In de kroonbladen van Knopherik en Zwaardherik zijn de nerven goed zichtbaar

Herik onderscheiden van Knopherik is niet zo moeilijk. De bladeren, de kelkbladen en vooral de vruchten verraden de soort. Herik heeft aan de bovenzijde smalle bladeren die niet zijn ingesneden. Bij knopherik is sprake van liervormige ingesneden bladeren. Bij Herik staan de kroonbladen, die naar onder toe sterk versmallen, vrij van de afstaande kelkbladen. Bij Knopherik omsluiten de kelkbladen de kroonbladen. Het verschil wordt helemaal duidelijk op het moment dat er vruchten gevormd worden. Bij Herik is sprake van een relatief gladde hauw. Bij Knopherik zie je dat rond elk boontje in de vrucht de hauw sterk is ingesnoerd. Zwaardherik tenslotte is herkenbaar aan de snavel, aan het eind van de vrucht, die sterk is afgeplat. Bij Herik en Knopherik is de snavel rond.

Herik en Knopherik zijn typische oude onkruidgewassen die in het verleden veel groeiden tussen granen en bieten op de akkergronden. Vandaag de dag tref je de planten ook binnen de stad aan in bermen en vooral op verstoorde, voedselrijke grond. Knopherik lijkt sterk op radijs en kan daar zelfs mee kruisen. Het is niet voor niets dat Knopherik ook wel Wilde radijs wordt genoemd.

Knopherik ontleent zijn naam aan de vorm van de vrucht. Het is een hauw – een doosvrucht die minstens drie maal zo lang is als breed. Bij Knopherik is de hauw rond elke zaadje ingesnoerd – zoals we dat kennen bij vormen van wespentailles. Als een hauw rijp is springt de vrucht open zoals kleppen die open gaan. Bij Knopherik verloopt het proces anders. Als de vrucht rijp wordt worden de insnoeringen, die zo kenmerkend zijn voor Knopherik, steeds strakker. Uiteindelijk breekt de hauw op de insnoeringen uiteen en vallen de zaden in aparte cellen op de grond.

Knopherik ontleent zijn naam aan de ingesnoerde hauwen.

De zaden zijn zeer kiemkrachtig. In de grond kunnen zaden wel vijftig jaar vruchtbaar blijven. Dat maakte Knopherik in het verleden tot een lastig te bestrijden onkruid in akkers. Elke keer opnieuw kwamen met het ploegen nieuwe zaden aan de oppervlakte die zich goed ontwikkelden. Zelfs zo erg dat graanvelden soms geel zagen van Herik en Knopherik.

Op de pagina’s Stadsplanten van Amersfoort proberen wij vooral aandacht te geven aan planten die algemeen voorkomen in een bepaalde tijd van het jaar. Dat geeft de grootste kans dat de beschreven plant eenvoudig op dat moment gevonden kan worden in de eigen omgeving. Daarnaast melden wij uiteraard ook vondsten van bijzondere, zeldzame planten.

Joop de Wilde

Klein kruiskruid – een kier tussen de stenen is genoeg

Als we zware winterse omstandigheden even vergeten is er eigenlijk geen moment in het jaar te bedenken waarop je Klein kruiskruid niet bloeiend aan kan treffen. De plant stelt heel weinig eisen aan zijn leefomgeving en is zeker in de stedelijke omgeving een zeer algemene plant. Het geslacht kruiskruid (Senecio) is een van de grootste geslachten in het plantenrijk. De schattingen wereldwijd variëren tussen de 1500 en 2000 soorten. Drie vrij bekende kruiskruidsoorten in Amersfoort en omgeving zijn Bezemkruiskruid, Jacobskruiskruid en Klein kruiskruid. Zij behoren tot de familie van de composieten.

 

Klein kruiskruid is eenvoudig te herkennen. Een lage plant met bloemtrosjes waarvan de omwindselbladen eindigen in een spitse top met zwarte punt

Qua uiterlijk ziet Klein kruiskruid er voor ons mensen wat minder aantrekkelijk uit dan de familieleden Bezemkruiskruid en Jacobskruiskruid. De laatste twee soorten ogen veel fraaier en uitbundiger doordat de bloemen zowel buis- als lintbloemen hebben. Klein kruiskruid moet het doen met alleen buisbloemen die dicht op elkaar gepakt opgesloten blijven tot een door omwindselbladeren gevormd kokertje. Daardoor lijkt het er op dat de bloem nog tot volledige bloei moet komen. Maar wie blijft wachten tot de bloem zich volledig zal openen, zoals de andere kruiskruiden, komt bedrogen uit.

Door het verschil in samenstelling en bloeiwijze van de bloemen is er ook verschil in de wijze van voortplanting. Bezemkruiskruid en Jacobskruiskruid, hebben buis- en straalbloemen en zijn daardoor veel aantrekkelijker voor insecten dan Klein kruidkruid dat het zonder straalbloemen moet doen. Ook al vanwege het feit dat de eerst genoemde twee soorten rijkelijk nectar produceren. Die aantrekkingskracht op insecten is maar goed ook want de planten zijn aangewezen op kruisbestuiving. De min of meer opgesloten buisbloemen van Klein kruiskruid zijn veel minder toegankelijk en aantrekkelijk voor insecten. Dat is geen probleem omdat Klein kruiskruid zich nagenoeg volledig kan redden met zelfbestuiving. Alle kruiskruiden in Nederland bevatten alkaloïden die giftig zijn voor zoogdieren. Jacobskruiskruid kan dodelijk zijn voor paarden. Een aantal insecten heeft deze giftige stoffen juist nodig in het voedselpakket. Een bekend voorbeeld is de rups van de Jacobsvlinder die leeft op Jacobskruiskruid.

De omwindselbladen houden de buisbloemen strak bij elkaar. De vele stampers steken boven het bloemhoofdje uit.

Klein kruiskruid blijft over het algemeen vrij laag. De plant doet wat vlezig aan. De bladeren zijn langwerpig, veervormig gespleten en niet gesteeld. De plant is niet kieskeurig in zijn verschijningsvorm. Er kunnen redelijk wat variaties voorkomen in beharing. Meestal zijn de stengel en de bladeren glad en onbehaard maar er zijn ook planten waarvan de bladeren en de stengel bedekt zijn door spinnenwebachtige, viltige, grijze haren. De omwindselbladen, die de buisbloemen omhullen zijn groen met een puntige top en zwarte stippen aan de uiteinden. Als Klein kruiskruid is uitgebloeid vormt zich een uitbundig grijs vruchtpluis bolletje, gevormd uit de pappus die aan de zaden gehecht zijn.

Meestal zijn stengel en blad glad en onbehaard. Maar er zijn ook planten met spinnenwebachtige, viltige beharing

Klein kruiskruid stelt weinig eisen aan de groeiplaats. De planten zijn vooral op ruige terreinen, tussen stenen en omgewerkte grond te vinden. Zij verdragen hoge concentraties zout en lood en kunnen zich dus ook makkelijk langs snelwegen vestigen. Doordat de plant zich via zelfbestuiving voortplant is hij niet afhankelijk van insecten. Daardoor kan de plant het hele jaar bloeien, zaden vormen en zich verder verspreiden. Menig tuinliefhebber beschouwt Klein kruiskruid dan ook als lastig te bestrijden onkruid. Hoewel? Je trekt de plant heel eenvoudig met wortel en al uit de grond.

Op de pagina’s Stadsplanten van Amersfoort proberen wij vooral aandacht te geven aan planten die algemeen voorkomen in een bepaalde tijd van het jaar. Dat geeft de grootste kans dat de beschreven plant eenvoudig op dat moment gevonden kan worden in de eigen omgeving. Daarnaast melden wij uiteraard ook vondsten van bijzondere, zeldzame planten.

Joop de Wilde