Home » plat beemdgras

Tag: plat beemdgras

Plat beemdgras aan de Wellekade

Plat maar toch niet in de beemd

Beemd is een Nederlands begrip dat ver teruggaat in de geschiedenis en volgens het etymologisch woordenboek een samenvoegsel is van ‘ban’ en ‘made’. Niet meer gebruikte woorden voor respectievelijk rechtsgebied en weide. Dat samengevoegd wordt het een gemeenschappelijke weide, meestal gelegen naast een waterloop (bron: etymologiebank.nl).

Beemd is echter ook een deel van een geslachtsnaam, te weten Beemdgras als Nederlandse naam en Poa voor de wetenschappelijke aanduiding. Poa is een vrij groot geslacht met ca. 500 soorten die vooral in de gematigde streken van beide halfronden te vinden zijn. Veelvuldig in die beemden, denk aan Ruw beemdgras en Veldbeemdgras. Nu is beemd niet direct een landschapstype dat je in de stad vind. Toch zijn er diverse soorten die geregeld in de stad te vinden zijn. Straatgras (Poa annua) is de bekendste.  Het is een eenjarig beemdgras en werkelijk overal te vinden.

Er zijn ook meerjarige beemdgrassen; één daarvan is Plat beemdgras (Poa compressa). De soort is gebonden aan matig voedselrijke, basische en kalkhoudende, vaak stenige grond. Limburg en langs de rivieren, zijn de plaatsen waar Plat beemdgras te vinden is. En op spoorwegen en in steden. In steden is het o.a. op muren te vinden.

Plat beemdgras verdraagt maaien slecht en dat is nu net wat er op de meeste muren niet echt gebeurd. In Deventer zijn diverse plaatsen te vinden waar Plat beemdgras soorten als de Muurbloem (Erysimum cheiri) en Muurvaren (Asplenium ruta-muraria) begeleidt. O.a. aan de Wellekade, de kademuur waar ook de IJssel regelmatig, bij hoog water, zijn invloed doet gelden. Ook op en naast het ballastbed van een deel van een oude spoorlijn is veel Plat beemdgras te vinden.

Detail van bladschede van Plat beemdgras
Detail van bladschede van Plat beemdgras

Het herkennen van grassen wordt over het algemeen als moeilijk ervaren en sommige floristen wagen zich dan ook niet aan grassen. Plat beemdgras is m.i.

Plat beemdgras
Plat beemdgras (habitus) op een stoeprandje naast een oude spoorweg.

toch wel één van de gemakkelijk te herkennen soorten, zeker binnen het geslacht Poa. Plat beemdgras is te herkennen aan de blauwachtige kleur en zeker aan de bloeistengel, die sterk is afgeplat. Verder is de bloeiwijze vrij compact, met korte aren. Opvallend is ook dat bladschede van het bovenste blad even lang of langer is dan het blad.

Plat beemdgras is inheems in Eurasië en gedraagt zich buiten zijn natuurlijke verspreidingsgebied als een invasieve exoot, althans volgens USDA. Andere bronnen zijn meer lovend over de soort die in de VS en Canada ‘Canada bleugrass’ wordt genoemd. Zo wordt het uitgezaaid samen met vlinderbloemigen om voormalige mijnbouwgrond te herplanten en tevens wordt het gebruikt als plant om erosie langs wegen, dammen en recreatiegebieden tegen te gaan. Die andere, meestal niet zo goed zichtbare, eigenschap van Plat beemdgras wordt dus zeer gewaardeerd. Plat beemdgras vormt namelijk een dichte wortelmat en er zijn blijkbaar prima ervaringen opgedaan ter voorkoming van erosie. Ondanks dat het een invasieve soort is in de VS en Canada, is de Fire Effects Information System wel te spreken over Plat beemdgras.

Trilgras

In de vorige stadsplantenbijdrage besprak ik slanke naaldaar (Setaria parviflora). De vindplaats is het KNSM-eiland, wat samen met het Java-eiland in het oostelijk havengebied van Amsterdam al decennia een hotspot is voor bijzondere plantvondsten. De twee eilanden, eigenlijk schiereilanden, waren ooit dé plek voor havenactiviteiten, maar die vielen in de loop der jaren weg door de opkomst van de luchtvaart en het stilvallen van de handel op de Oost. Dit desolate gebied werd vanaf het einde van de jaren zeventig in bezit genomen door krakers, kunstenaars en stadsnomaden. Nog geen 15 jaar later werd alles herontwikkeld tot een woonwijk.

Ondanks deze veranderingen bleef deze omgeving een plek om bijzondere soorten te spotten. Was ooit de scheepvaart de reden voor bijzondere vondsten, later gaf het massaal braakliggen genoeg plek voor allerhande soorten. Tegenwoordig wonen er mensen die geen behoefte hebben aan een steriel, schoongespoten en dito geborstelde straatbeeld. Integendeel; rijen plantenpotten en dito bakken, geveltuinen en overhoekjes geven wilde en verwilderde planten alle ruimte.

De gekste verwilderingen zijn hier te vinden alsmede de voorhoede van warmteminnende soorten uit het zuiden. Maar ik beperk me nu tot de grassen.

Aartje van groot trilgras

Zo worden er op deze twee schiereilanden naast slanke naaldaar meer bijzondere grassen gevonden zoals laksteeltje (Catapodium marinum), plat beemdgras (Poa compressa), knolbeemdgras (Poa bulbosa), rattenstaartgras (Sporobolus indicus), met duizenden exemplaren klein fakkelgras (Rostraria cristata) en al heel lang kransgras (Polypogon viridis). Kransgras is tegenwoordig niet meer zeldzaam te noemen, maar pas in deze eeuw begon de opmars in Nederland met het Java-eiland als een van de startpunten.

Groot trilgras gedijt ook op houten balken

Tenslotte wordt er ook nog groot trilgras (Briza maxima) gevonden. Deze soort is eigenlijk de enige bijzondere grassoort hier die een verwildering is. Ruim 20 jaar geleden ontsnapte deze soort uit plantenbakken en wist zich op straat en kademuur te vestigen. Net zoals ons inheems trilgras, bevertjes (Briza media), heeft het korte en afgeplat brede aartjes hangend aan dunne stelen die in bij het minste briesje al trillen: vandaar de namen. Ook de wetenschappelijk naam Briza houdt met het trillen verband. ‘Briza’ komt van het Griekse ‘brithó’ = ik balanceer, vanwege de zeer beweeglijke aartjes. Groot trilgras is in alles een maatje forser dan bevertjes, maar verder erg gelijkend. Het is een vroege bloeier die begin juni al geheel is verdord. Als plantelijkjes zijn ze echter tot in de herfst te vinden. Groot trilgras komt massaal voor op de kaderand, vooral tussen het straatmeubilair van de woonbootbewoners. Fietsrekken zijn ook een fijne en veilige plek. Ook op de houten balk, die voor de kademuur als stootrand fungeert, en op de dukdalven komt het weelderig voor.

En het groeit in spleten

Ooit ontsnapt uit plantenpotten, komt het in potten nu spontaan op als gewenst onkruid. De groeiplaats is een kleine 200 meter lang en vertoont al jaren geen uitbreiding. Het milieu lijkt verderop langs de kade identiek, maar wellicht zit het verschil in de bodem. Deze eilanden waren oorspronkelijk golfbrekers en zijn voornamelijk met slib uit de vaargeul verbreed en  opgehoogd. Het was ook een mooie plek om overtollige grond kwijt te raken en mijn vermoeden is dat op de groeiplaats andere grond is gestort en de bodem ter plekke wat kalkrijker is. Groot trilgras kwam tot eind de vorige eeuw alleen voor langs de kusten van de Middellandse Zee en de Atlantische kust tot in Frans Baskenland, met een paar voorposten in Normandië. Waarschijnlijk door de toepassing als siergras wordt de soort tegenwoordig sporadisch gevonden in een groot deel van Europa. Maar alleen in Engeland, Wales en Nederland lijken er bestendige populaties te zijn ontstaan.

Maar met vondsten in slechts 40 atlasblokken zijn dat er in Nederland nog niet veel.

Bron: https://www.verspreidingsatlas.nl/5612

Ook uitgedroogd, is groot trilgras nog te herkennen.