Witte of tuinwaterlelies

Historie

Zoetermeer heeft een historische band met de Witte waterlelie (Nymphaea alba). Deze inheemse waterplant met zijn magistrale bloemen heeft sinds de middeleeuwen dichters en kunstenaars geïnspireerd. Wellicht is zijn status enigszins vergelijkbaar met die van de lotusbloem in China. Al in 1492 sierde witte meerbloemen het wapen van de Zoetermeerse rederijkerskamer. In die tijd bestonden er nog geen officieel vastgestelde plantennamen en bedacht iedere streek zijn eigen namen. Eind 19de eeuw beschreef Frederik van Eeden de schoonheid van de Witte waterlelie als volgt:

“Ik heb de witte waterlelie lief

daar die zo blank is en zo stil haar kroon

uitplooit in ’t licht.

Rijzend uit donkerkoele vijvergrond

heeft ze het licht gevonden en ontsloot

toen blij het gouden hart

Nu rust zij peinzend op het watervlak

en wenst niet meer…”

Het dorpje Zoetermeer grensde in de middeleeuwen aan een groot meer, waar Zoetermeer haar naam aan te danken heeft. Het ligt dan ook voor de hand dat de Witte waterlelie in Zoetermeer de naam Meerbloem kreeg.

Gemeentewapen

Tot op de dag van vandaag speelt de Meerbloem een rol in Zoetermeer. Los van allerlei ondernemers die de Meerbloem gebruiken om hun bedrijf onder aandacht te brengen, sieren meerbloemen het gemeentelijk wapen en het ervan afgeleide logo. Dat geldt al vanaf 1935, toen de huidige gemeente Zoetermeer ontstond. Dat de na de Franse tijd goud ingekleurde meerbloemen in het wapen nogal eens voor verwarring hebben gezorgd is weer een ander verhaal.

Het oude gemeentelijk wapen van Zoetermeer uit 1935

Witte waterlelies vandaag de dag

Het (Zoeter)meer viel in 1616 droog en werd daarmee de Meerpolder, de eerste droogmakerij van Rijnland. Gelukkig kunnen we Witte waterlelies nog altijd in de hooggelegen watergangen of weteringen in en rond Zoetermeer bewonderen. Althans daar gingen we lang van uit. De laatste decennia blijkt dat echter niet meer zo vanzelfsprekend. Tuincentra of speciale vijverplantenkwekers leveren steeds vaker witbloeiende waterlelies met afwijkende eigenschappen die ook vaak in openbare wateren terecht komen. Deze planten hebben trechtervormig blad dat in de zomer tot ver boven het wateroppervlak kan uitsteken. Ook allerlei afwijkende bloem- en bladkleuren komen voor.

De kweek van tuinhybriden

Eind 19de eeuw al was de Franse plantenkweker Joseph Latour-Marliac actief met het kweken van een grote verscheidenheid aan waterleliesoorten. Zelfs de beroemde schilder Claude Monet deed zijn eerste bestelling in 1894 bij Latour-Marliac. Het is zeer waarschijnlijk dat onze Inheemse Witte waterlelie een van de stamouders is. Tegenwoordig wordt een heel scala aan steriele tuinhybriden samengevat onder de naam Roze waterlelie (Nymphaea marliacea).

Invasief karakter van tuinhybriden

Het hedendaagse beheer van veel watergangen kan in belangrijke mate bijdragen aan de verspreiding van deze steriele tuinhybriden. Ook komt het voor dat door bewoners aangeplante Tuinwaterlelies vaak ontzien worden door de maai- en veegboten van de waterbeheerder. Feit is wel dat we tegenwoordig goed moeten zoeken naar een “ouderwetse” Nymphaea alba. Dat geldt ook steeds vaker voor buiten de stad. Is hier sprake van de zoveelste invasieve exoot?

Ecologische betekenis en gebruik

De verspreiding van Witte waterlelie in Nederland valt helemaal binnen zijn Europese areaal. Hij kan met vrijwel alle grondsoorten uit de voeten, een uitzondering vormt wellicht zware zeeklei. Zijn favoriete standplaats is ondiep, matig voedselrijk en helder water. De tuinhybriden komen voor onder vergelijkbare condities en zijn winterhard, tenzij de sloot tot op de bodem bevriest. Bestuiving vindt plaats door een heel scala van insecten waaronder: kevers, zweefvliegen en bijen. Bevruchte bloemen rijpen onder water en de zaden komen na verrotting boven drijven. Die worden door vogels gegeten en verspreid, andere zakken naar de bodem om daar te kiemen. Vroeger kende deze soort ook tal van medische toepassingen. Bijvoorbeeld het in wijn koken van wortelstokken als middel tegen buikloop en het uitstrooien van gedroogde wortelstokken op het hoofd bij schurft.