Tussen de straatstenen

Als nieuwe schrijver van deze verhaaltjes verbaasde het me dat straatgras nog niet eerder één van de onderwerpen is geweest. Waarom niet? Is het zo gewoon dat iedereen het links laat liggen? Ik ben er op gaan opletten als voorbereiding van dit stukje.

Straatgras staat overal

Het knalgroene plantje heeft echt alles in de stadsomgeving waar ik woon gekoloniseerd. Het heeft gebruik gemaakt van de lege plekken in grasveldjes die ontstaan waren door de buitengewone droge zomer van vorig jaar. Ook het veldje dat een jaar lang is gebruikt als opslagplaats voor spullen en werkketen voor de rioleringswerkzaamheden is nu groen van dit lage gras. Vorig jaar hebben we als bewoners alle boomspiegels in onze straat vol planten gezet. Straatgras was hier en daar sneller dan dat de neergezette planten gingen uitlopen. Soms gaat dit lage gras vergezeld van ooievaarsbekken en smalle weegbree. De uitermate droge bodem hier in Hilversum is alleen geschikt voor een select gezelschap aan planten.

Straatgras (Poa annua) heeft zijn succes te danken aan het vermogen het hele jaar rond te kunnen groeien en bloeien. Annua is afgeleid van het Latijnse woord voor jaar. De meeste concurrenten kunnen dat niet. Hij heeft slechts een klein plekje nodig voor de dunne wortels, dus iedere scheur in de betegeling, iedere spleet tussen de tegels en ieder kaal plekje aarde is voldoende om zaad tot ontplooiing te laten komen.

Herkennen

Hoe zijn de polletjes straatgras van al die ander grassen die te hooi en te gras verspreid staan, te onderscheiden? Ieder straatgrasplantje leeft kort, het maakt dus geen uitgebreid wortelstelsel en zeker geen grasmatten met ondergrondse wortelstokken waaraan de meeste andere grassen hun expansiedrift ontlenen. Ieder polletje staat op zichzelf.

Ik herken straatgras aan de lage plantjes met een bloeiwijze die wit tot lichtgeelgroen is. De bloeiaar komt scheef uit het midden van de grassprieten en groeit niet zoals bij de meeste grassen recht omhoog. De bloeiwijze is aan een kant vlak. Dus de zijtakken van de aartjes staan niet rondom te bloeistengel.

Straatgras hoort bij het geslacht Poa ofwel veldbeemdgras dat te herkennen is aan het blad waarvan de top eindigt in een bootvorm. Karakteristiek is ook het blad dat vaak halverwege gerimpeld is.

Het hoort bij de soorten die in alle kilometerhokken van Nederland voorkomen, net als paardenbloem, madeliefje, klein kruiskruid, duizendblad, gewone melkdistel, grote brandnetel, herderstasje, kleine veldkers en paarse dovenetel. Toevallig allemaal soorten die we tijdens de oudejaarsplantenjacht als bloeiend op onze lijsten kunnen noteren.