Home » Archieven voor juni 2020

Maand: juni 2020

Het kruipt waar het (niet) gaan kan.

Eén van de meest voorkomende planten bij mij in de stad is het Kruipertje (Hordeum murinum). Het is een plant die voor veel mensen geen problemen zal opleveren met de determinatie. Ik denk dat het ook een plant is die weinig aandacht krijgt van floristen. Zelf merkte ik dat ik geen fatsoenlijk Kruipertje in mijn fotoverzameling heb terwijl daar toch zo langzamerhand honderden soorten in staan. Daarom vandaag maar even deze foto gemaakt:

Even wat “feiten” op een rij: Kruipertje is een Gerstsoort (Hordeum), er groeien in ons land nog vijf andere gerstsoorten waaronder Kwispelgerst. Dat laatste vind ik wel erg grappig omdat Kruipertje bij hondenbezitters slecht staat aangeschreven, de naalden van de kafjes komen soms in de oren of ogen van de hond en kunnen daar lelijke ontstekingen veroorzaken. Daar valt dus weinig bij te kwispelen en kennelijk heeft Kwispelgierst dat niet …
In het verleden (of nog steeds?) werd het Kruipertje ook gebruikt om anderen te plagen. De aar of deel daarvan werd bovenin de trui gestopt en begon daar een langzame tocht naar beneden. Naar boven ging niet vanwege de weerhaakjes. Het slachtoffer moest dan de trui wel uit doen om de aar kwijt te raken.
Kruipertje is groen gekleurd, maar vaak tref je ook rood gekleurde exemplaren aan, die ik persoonlijk een stuk mooier vind. In de aar zitten steeds drie aartjes bij elkaar die ongeveer even lang zijn, de middelste is wat breder. Aan de bladvoet zitten oortjes en bovenop het blad groeien afstaande haartjes. Zie foto.

Oortjes

Ik zei het al, Kruipertje is een plant die niet zo tot de verbeelding spreekt. Op zo’n moment springen floristen de plant te hulp: er zijn ondersoorten. In ieder geval twee stuks: subsp. leporinum en subsp. glaucum. Ik kwam daar achter via een bericht op Twitter. Het ging daar om subsp. leporinum die door iemand gevonden was. Ik kende de ondersoort niet en besloot op zoek te gaan naar deze plant. In ieder geval leek deze ondersoort rood te zijn. Gelukkig trof ik al gauw een prachtige groep rode Kruipertjes aan. Helaas bleken dat gewoon Kruipertjes te zijn. Korte tijd later had ik succes en vond ik de ondersoort in Rijswijk.

“Gewone” rode Kruipertjes.

Het onderscheid tussen soort en ondersoort is op zich wel duidelijk, maar je moet er even de loep voor pakken. Het middelste aartje van leporinum is een stuk korter dan de twee buitenste en daarnaast heeft het middelste aartje van leporinum een steeltje van meer dan 0,6 mm. Op de foto’s is het aardig te zien.

Middelste aartje van Hordeum murinum ss leporinum is kleiner dan de buitenste twee.
Het steeltje van leporinum is groter dan 0,6 mm.

Kortom, ik raad iedereen eens op zoek te gaan naar Hordeum murinum subsp. leporinum. De plant kruipt daar waar hij gaan kan.

 

Olympisch hertshooi

Het geslacht Hypericum (Hertshooi) kent in Nederland maar liefst 10 wilde soorten. Sint-Janskruid (Hypericum perforatum) is hiervan de meest bekende en meest algemene soort, zeker wanneer je over stadsflora praat. Er zijn echter diverse uitheemse soorten die als tuinplant toegepast worden en sporadisch tot frequent weten te verwilderen. Van de uitheemse soorten is Mansbloed (Hypericum androsaemum) de meest bekende soort, al betreffen de meeste waarnemingen kruising Hypericum x inodorum. Al met al zijn er zo’n 18 soorten uit het geslacht te ontdekken in Nederland. Een van deze nieuwkomers zou zich zomaar kunnen gaan ontwikkelen tot typische stadsplant.

De bloemen van Hypericum olympicum hebben een diameter van 5-6 cm.

Gisterochtend moest ik naar de kaakchirurg om twee verstandskiezen te laten verwijderen. Gelukkig viel het verwijderen erg mee, maar het was nog steeds bepaald geen pretje. Als beloning voor mijn dapperheid werd ik op de terugweg getrakteerd op een voor mij nieuwe stadsplant: Olympisch hertshooi (Hypericum olympicum). Deze soort is ondanks haar geringe grootte erg opvallend vanwege de gigantische bloemen (5-6 cm in diameter) en de blauwgroene stengelbladen. De soort lijkt sterk op Hypericum polyphyllum, mogelijk betreft zelfs een deel van de vondsten zelfs deze soort. Maar dat is een klusje voor de winter, eerst maar weer lekker op pad gaan!

De stengelbladen van Hypericum olympicum zijn opvallend blauwgroen van kleur. De stengelbladen kunnen relatief smal zijn zoals hier, maar ook een stuk breder zijn. Net als bij Sint-Janskruid zit het blad vol met kleine gaatjes.

De soort is inheems in Zuid-Oost Europa, o.a. Servië, Griekenland, Bulgarije en Turkije, en staat hier op zandige tot stenige biotopen. De plant kan verder goed tegen droogte en groeit prima op voedselarme bodems. De soort is inmiddels 14 keer verwilderd aangetroffen, waarvan 13 vondsten in het stedelijk gebied. Met klimaatverandering verwacht ik dat de soort vaker gaat opduiken en mogelijk zelfs plaatselijk zal gaan inburgeren.

De kelkbladen van Hypericum olympicum zijn breed en spits.

Boompjes

Elk jaar gebeurt er in de meimaand iets dat niemand doorheeft. En juist in de tijd dat iedereen weer buiten in de tuin gaat klussen. De hogedrukspuit wordt weer van stal gehaald en alle voegen worden met een straal water van 380 liter per uur en met een kracht van 120 bar schoongespoten. Zonde! Want juist in deze maand begint de Veldereprijs (Veronica arvensis) te bloeien, in elk denkbare voeg of hoekje waar iets zou kunnen groeien. Eerst vormt zich een soort boompje met groene blaadjes. En als bonus krijgen deze boompjes aan de top een fel  blauw bloemetje. Alleen goed te zien als je door de knieën gaat. Want anders is er niets noemenswaardigs te zien. En juist die moeite doen deze ijverige schoonmakers niet. Daarom zien zij alleen een groen onkruidje tussen hun net gekochte superstrakke tuintegels. Ook de medewerkers van de gemeente met hun maaimachines om goed bij de paaltjes, lantarenpalen e.d. te kunnen, ontzien dit plantje niet. Jammer!

Veldereprijs groeit als een kleine boom.

Veldereprijs is een van de vele ereprijzen waarvan je in de stad ook kunt zien: Draadereprijs, Gewone ereprijs, Tijmereprijs en soms een typische stadsplant als zoals Aarereprijs.

Het woord ‘veld’ in Veldereprijs doet vermoeden dat dit plantje alleen midden in het veld te vinden is. Hier klopt natuurlijk niks van. Een betere naam zou zoiets als Vroege ereprijs kunnen zijn. Het woord ereprijs is ontleend aan Duits Ehrenpreis ‘ereprijs’ [15e eeuw], een samenstelling van Ehre ‘eer’  en een afleiding van preisen ‘prijzen, loven’. Geneeskrachtige planten als de ereprijs worden vaak geroemd om hun werking.

Maar ondanks, dat dit voor beginnende floristen een geslacht is dat vele soorten kent en dus verwarrend kan zijn, is dit juist zo’n leuk plantje. Het groeit waarschijnlijk naast de voordeur.

Hertshoornweegbree, van zoutminner naar… stadsminner, naar …sterrengras

Hertshoornweegbree op een verlaten spoor
Hertshoornweegbree op een heringericht industrieterrein in de binnenstad van Deventer

In haar bijdrage van februari 2020 heeft Willemien Troelstra de term Stoeptegelspleetplant geïntroduceerd. Een groot aantal stedelijke soorten behoort tot deze categorie planten. Er is immers geen andere verbinding met de ondergrond mogelijk anders dan de voegen tussen de diverse soorten bekleding. Hertshoornweegbree (Plantago coronopus) is er ook vaak te vinden zoals hier langs een oud deel van een spoorbaan op een reeds lang verlaten industrieterrein in de binnenstad van Deventer. Het terrein, met aan de rechterkant industriële complexen, is onderdeel van het gebied waartoe ook het vermaarde Pothoofd behoorde.

Een typische Natura-2000 soort volgens verspreidingsatlas. Kensoort van de Zeevetmuur-klasse, die de pionier plantengemeenschappen omvat die voorkomen op de grens van zout/nat en zoet/droog in het kustgebied (Bron: verspreidingsatlas).

bladeren Hertshoornweegbree
Bladeren Hertshoornweegbree

Sinds het grootschalig gebruik van pekelzout, ergens vanaf de jaren 70 van de vorige eeuw, heeft deze soort van de kust kans gezien het binnenland te bereiken. Net als enkele anders soorten uit de genoemde pioniergemeenschappen. Deens lepelblad is een ander voorbeeld.

Hertshoornweegbree heeft het echter wat rustiger aan gedaan in vergelijking met die Deens lepelblad. Althans, daar lijkt het op. Ik heb niet dezelfde analyse gedaan, maar Hertshoornweegbree lijkt veel later het binnenland te hebben gekoloniseerd en langzamer. Echter wel een stuk rigoureuzer, afgaande op de verspreidingskaartjes. Waar Deens lepelblad alleen direct langs de grotere wegen voorkomt is, Hertshoornweegbree vrijwel overal in de stad te vinden. Tot in het stadscentrum van Deventer, de Brink aan toe. Hertshoornweegbree kan eigenlijk overal wel worden gevonden, is de ervaring. Ook op plekken waar naar verwachting niet met zout wordt gestrooid, zoals plekken direct langs de rivier waar geen gemotoriseerd verkeer kan komen.

Hertshoornweegbree is zoals gezegd een weegbree, Plantago dus. De bloeiwijze vertoont veel gelijkenis met die van de veel gewonere Grote weegbree (Plantago major) en Smalle weegbree (Plantago lanceolata). Ook de gelijkenis met de veel zeldzamere Zeeweegbree (Plantago maritima) is groot.

In alle gevallen is ze gemakkelijk te herkennen aan de bladeren die zeker als ze wat groter zijn, voorzien zijn van zijslippen, die soms ook weer van zijslippen zijn voorzien, waardoor ze veerspletig zijn. De zijslippen geven hem zijn wetenschappelijke naam. Coronopus is latijn voor kraaienpoot wat in combinatie met Plantago (=voetzool) een bijzondere combinatie geeft, de zool van een kraaienpoot! De bladeren zijn het hele jaar door te vinden en vormen vaak rozetten die als groene sterren te vinden zijn.  De planten kunnen op onbetreden plaatsen best groot: in de breedte zomaar met een diameter van 30 cm, en tot 30 cm hoog worden.
Verspreidingsatlas stelt dat de planten ‘met mate betreding verdragen’, toch is deze overal te vinden, zelfs op druk belopen/bereden stukken. Groot wordt Hertshoornweegbree dan niet. Soms moet je door de knieën om hem te herkennen, zo klein zijn de plantjes dan.

Hertshoornweegbree tussen de kinderkopjes
Hertshoornweegbree tussen de kinderkopjes

Hertshoornweegbree kan zeer goed worden gegeten. In de Italiaanse keuken wordt het Erba Stella, Herba Stella of Minutina genoemd.  Het wordt geroemd om zijn mild notige smaak en een knapperige structuur. Het doet denken aan peterselie, spinazie of groene kool. De volksnaam is vrij vertaald ‘sterrengras’.
Vanaf 1586 wordt het genoemd als een groente. Het is een typische onderdeel van salades bestaande uit wilde en gecultiveerde groenten die bekend is onder de naam misticanza, ofwel wilde groenten, uit de Marche regio in het midden van Italië aan de Adriatische zee.

Het is een ideaal gewas om in onverwarmde kassen of zelfs in de volle grond in de wat koelere delen van de wereld te telen. Het verdraagt matige vorst en kan gedurende de hele winter in gematigde streken worden verbouwd.

De soort is inheems in Eurazië en Noord-Afrika en sinds de kolonisatie van Amerika ook in daar een voorkomende soort. De kolonisten gebruikten Hertshoornweegbree als medicinale plant tegen ‘koortsen’ en gebruikten de bladeren in gelatines.

Bron: seedaholic, motherearthnews