Home » Archieven voor juli 2020

Maand: juli 2020

Wilde cichorei – Witlof,een kopje koffie en een middagdutje

Als je op zoek bent naar Wilde cichorei (Cichorium intybus ) kun je rustig in de auto op de toegestane snelheid langs de bermen in de stad rijden. Vanuit de auto kun je de frisblauwe bloemen niet missen. Je moet dat dan wel in de ochtend doen want vanaf het middaguur sluiten de bloemen om in de ruststand te gaan.

Wilde cichorei kan wel twee meter hoog worden en maakt een rommelige indruk door een groot aantal takken met een rijkdom aan fel lichtblauw gekleurde bloemen

Nieuwsgierig als ik ben wilde ik graag weten of de bloemen van vandaag, die rond het middaguur in de ruststand gaan, de volgende ochtend weer vrolijk open zouden gaan. De literatuur zegt er niets over. De oplossing was eenvoudig. Rond elf uur ’s morgens een aantal bloeiende bloemen gemarkeerd. Om drie uur alle bloemen gecheckt en kunnen vaststellen dat ze allemaal gesloten waren. De volgende dag opnieuw gaan kijken en toen vastgesteld dat de gemarkeerde bloemen niet opnieuw open waren. Ook kunnen vaststellen dat niet per definitie de volgende bloemknop op de stengel in bloei komt.

Cichorei kan fors uitgroeien. Door de spaarzaam aanwezige bladeren en de bezemachtige vertakkingen van de taaie stengels maakt de plant een rommelige indruk. De bloemen zijn lichtblauw van kleur en vallen op door de lintbloemen die in een cirkelvormig vlak zijn uitgespreid.

In het hart van de bloem staan de meeldraadkokertjes met de stijlen van de lintbloemen.

In het hart van de bloem staan de meeldraadkokertjes met de stijlen van de lintbloemen. De rozetbladeren, op de top van een stevige penwortel, doen denken aan de rozetbladeren van de Paardenbloem en Biggenkruid. Als je oudere literatuur er op na slaat wordt vrijwel altijd aangegeven dat het een typische plant van rivierdijken is en in mindere mate in bermen langs wegen. Ook binnen de stad vind je Cichorei meestal in bermen die een afscheiding vormen tussen bv. de weg en het fietspad.

Rond het middaguur gaan de bloemen van Cichorei in de ruststand

Vooral bij de ouderen onder ons is de naam cichorei meer verbonden met een cultuurvariant van deze plantensoort dan met de composiet uit wegbermen of op rivierdijken. In gecultiveerde vorm bestaan er twee soorten Cichorium intybus var. sativum en Cichorium intibus var. foliosum. Cichorium intybus var. sativum is bekend als cichorei als vervanger voor koffie. In de negentiende eeuw was een drankje, gemaakt van gemalen en gebrande wortel van de cichoreiplant populair. Het was enigszins bitter van smaak en leek op de smaak van koffie. Ook rond de Tweede Wereldoorlog, toen koffie niet of nauwelijks te krijgen was, werd cichorei opnieuw als surrogaat koffie gedronken. Toen na de oorlog koffie weer beschikbaar kwam voegde men vaak een “schepje Buisman” toe. Buisman was gebrande suiker die de koffie een iets scherpere smaak gaf waardoor de smaak meer in overeen kwam met de koffiecichorei die men gewend was. Een tweede voordeel van het gebruik van Buisman was dat je minder dure koffiebonen nodig had om toch een pittig kopje koffie te kunnen maken.

De tweede cultuurvariant is Cichorium intibus var. foliosum  bij iedereen bekend als Witlof. De productie van Witlof is een tweetrapsraket. In het eerste jaar worden uit zaad planten gekweekt. Het gaat daarbij vooral om het laten groeien van de penwortels van de plant. In het tweede jaar worden de wortels in het donker aangeplant en in het donker gehouden. Het bladgewas kan door het ontbreken van licht geen chlorofyl vormen waardoor de bladspruiten wit blijven en als witlof op ons bord  verschijnen.

Ook Andijvie behoort tot de cichoreifamilie

Op de pagina’s Stadsplanten van Amersfoort proberen wij vooral aandacht te geven aan planten die algemeen voorkomen in een bepaalde tijd van het jaar. Dat geeft de grootste kans dat de beschreven plant eenvoudig op dat moment gevonden kan worden in de eigen omgeving. Daarnaast melden wij uiteraard ook vondsten van bijzondere, zeldzame planten.

Joop de Wilde

 

 

Kruidenthee uit de straat

Het was mij al opgevallen dat de citroenmelisse in de tuin het de laatste jaren steeds beter deed. Hij zaaide zich zelfs spontaan uit, ook naast het schuurtje. En als je er dan op gaat letten, ja dan zie je hem steeds vaker – bekend verschijnsel-, ook buiten de tuin. Sinds 1990 is de plant onopvallend een echte stadsplant aan het worden (volgens ‘Stadsflora’ van Ton Denters).

Dat onopvallende tekent de citroenmelisse. Het is een lipbloemige, met kleine, onopvallende witte bloemen, die in halve kransen om de stengels staan, zie de eerste afbeelding. De jonge planten worden in het voorjaar wel eens voor brandnetel versleten, even voelen en even ruiken en je weet het goede antwoord. Als de citroenmelisse niet is afgemaaid, blijven de bloeistengels heel lang stevig overeind staan, daar kun je hem in het voorjaar ook wel aan herkennen. In een later stadium verschijnen talloze zijtakken met veel kleinere bladeren, en nog later de bloemkransjes. Vanaf half juni kun je de roomwitte, in knop wat gelige bloemen verwachten. Z’n wortelstok is best stevig te noemen.

Jonge citroenmelisse.

De Melissa officinalis is een geneeskrachtige plant, hetgeen al eeuwenlang bekend is. De naam ‘officinalis’ duidt daarop, want dat verwijst naar apotheek. De plant is dan ook via kloosters naar West Europa gekomen, hij komt oorspronkelijk, zoals zoveel stadsplanten, uit warmere streken. De monniken maakten er ‘Karmelietenwater’ van, dat beschouwd werd als een wondermiddel voor buikpijn, hoofdpijn, nervositeit en zwaarmoedigheid. Nog steeds is ‘melissegeest’ te koop. De etherische olie uit melisse moet je zien te vangen in een destillaat, vandaar dat ‘geest’.

‘Melissa’ komt uit het Grieks en betekent honingbij, het was de oude Grieken al opgevallen dat honingbijen erg van deze plant houden. En dan gaat het niet alleen om de nectar, een nieuwe kast voor de bijen wrijven imkers vaak in met citroenmelisse, de bijen voelen zich er dan snel thuis. Vooral van belang als je een bijenzwerm wilt huisvesten. In het boek ‘Groene genade’ beschrijft Jan Graafland hoe citroenmelisse je steviger in je vel laat zitten.

Zo kom ik weer bij de geneeskracht van de melisse. Het werkt ontspannend en kalmerend, kan ingezet worden bij angsten, depressie, en slapeloosheid. Ook is het ontkrampend voor maag en darmen, vooral bij klachten met een nerveuze oorsprong: denk aan buikpijn hebben van de zenuwen. Ook handig: het is werkzaam tegen het herpes-virus van de koortslip.

Later in het jaar komen de zijtakjes met kleinere bladeren.

Thee zet je het best van de jonge bladeren, vooral als het je om de heilzame werking gaat. Gedroogd verliezen de bladeren veel van hun aroma en verminderen de geneeskrachtige eigenschappen omdat die vooral in die vluchtige olie zitten.

Als het je wat teveel is geworden, al die kruidengeneeskunde, neem dan gerust een kopje citroenmelissethee om te kalmeren, het groeit misschien al in je eigen straat.

Gestreepte winde zet niet door

Gestreepte winde (Convolvulus sylvaticus) op Sicilië in 2007

Hedendaagse floristen houden hun literatuur goed bij om de laatste noviteiten ook zelf te kunnen onderscheiden en ook zelf op nieuwe plaatsen te ontdekken. Als iemand een sterk gelijkende nieuwe soort vindt en erover schrijft, dan slurpen ze de kenmerken langzaam op in hun geheugen om bij een ontmoeting met de gelijkende plant het eens extra goed te bekijken.

Een nieuweling, al zeker 25 jaar geleden, die het waarschijnlijk heel goed ging doen, was de op Haagwinde gelijkende Gestreepte winde Convolvus silvaticus . Toen nog Calystegia sylvatica. Er werden enkele populaties aantroffen langs de grote rivieren in Nederland en waarschijnlijk hadden we er al heel wat over het hoofd gezien. Maar 25 jaar later ben ik nog altijd op zoek naar een eigen te ontdekken exemplaar in de Lage Landen.  Het verschil is niet in de grote witte bloemen te zien, bij Gestreepte winde zit er wel vaker wat roze in,  maar voornamelijk in de kort op de bloem staande grotere steelbladeren die eruitzien als een extra kelk . Het ene steelblad vouwt zich in een mooie bocht om het tegenoverstaande andere blad. Bij Haagwinde zijn het wat aarzelende klappende handjes; de steelbladen raken elkaar wel hier en daar, maar zijn vlak en hoekig.

Gestreepte winde werd/wordt waarschijnlijk in tuinen gezet door mensen die Haagwinde verder niet kennen. Als ze dat wel deden, zouden ze er niet aan denken. Er bestaat geen tegeltje van, maar het volgende zou wel een aardige zijn: wie Haagwinde wil trekken, is miserie aan het stekken. Je kunt allicht ook Haagwinde vervangen door soorten als Japanse duizendknoop en er mee op de markt gaan staan. Een geheel gratis idee!  Ik heb in ieder geval mensen eens de grond in hun hele voortuin zien zeven om Haagwinde kwijt te raken. Die wortels zijn dun en draadvormig gekromd en breken gemakkelijk, dus daar ben je wel een weekje mee bezig.

Niet alle roze winde is Gestreepte winde. Hier een roze Haagwinde (Convolvulus sepium) te Antwerpen in 2010

De eerste keer dat ik Gestreepte winde zelf ontdekte was na 12 jaar Haagwinde controleren in Nederland en België, in 2007 op Sicilië. Daar groeide het werkelijk op iedere straathoek, en was een heel vreemde gewaarwording ; Ik kon daar helemaal geen Haagwinde vinden. Nu ik goed wist hoe het er uit zag, moet het toch gaan lukken thuis, maar nu, weer 13 jaar later nog altijd geen succes. Natuurlijk keek ik ook mee met de meldingen van anderen en de 16 recentere hokjes in Nederland en 18 in voornamelijk westelijk België, laten ook duidelijk zien: dit is voorlopig nog geen doorzetter.

Gevlekte scheerling verlaat de snelweg

In september 2011 vond ik, in Rotterdam op een zandige vlakte onder de A20 de verdroogde resten van een 2 meter hoge schermbloem. Op basis van de grootte en de bolle vruchtjes met ribbelrandjes was me snel duidelijk dat het de Gevlekte scheerling moest zijn, een soort die zich in een stevig tempo via de middenberm van ons snelwegennet uitbreidt. Gevlekte scheerling komt al van oudsher voor in Nederland; vrij algemeen in Zuid-Limburg, de duinen en het rivierengebied, elders zeldzaam. Dit verspreidingspatroon past bij zijn voorkeur voor warme, stikstofrijke, omgewerkte plekken op kalkhoudende bodems.  Het verspreidingspatroon bleef tot 2004 ongeveer hetzelfde. Daarna breidde de soort zich snel uit via de middenbermen van snelwegen. FLORON schreef daar juni 2020 een mooi natuurbericht over.

verspreidingskaartjes Gevlekte scheerling voor twee periodes
Verspreidingskaartjes Gevlekte scheerling (Conium maculatum) voor de periode 1800-2004 en 2005-2020. Het is duidelijk dat het snelwegpatroon pas van de laatste vijftien jaar is.

In 2016 kwam ik Gevlekte scheerling weer in Rotterdam tegen, nu op een grote groeiplek onder de Van Brienenoordbrug. Mijn beide vindplaatsen pasten in het snelwegpatroon, het zaad was alleen niet in de middenberm gekiemd maar had een verdieping lager een geschikte groeiplek gevonden. Beide groeiplekken waren al lang bekend toen ik ze tegenkwam: de eerste vondst van Gevlekte scheerling in Rotterdam was in 1995 onder de A20 door stadsecoloog Remko Andeweg, op de plek waar ik hem 25 jaar later ook vond. De locatie bij de Van Brienenoordbrug werd voor het eerst in 2001 gemeld.

Gevlekte scheerling dankt zijn naam aan de paars gevlekte stengel en bladsteel. Rechts de Gevlekte scheerling aan de oever van de Rotte op 18 mei.

Wordt Gevlekte scheerling een stadsplant?

Ik zag Gevlekte scheerling eigenlijk niet als stadsplant, zo sterk waren mijn vindplaatsen gebonden aan de snelweg. Maar, begin april van dit jaar vond ik langs de Rotte een paar planten met schermbloemblad waarvan ik dacht “Dat is geen Fluitenkruid”. Het is wat donkerder en glanzender en iets meer geplooid; ik vermoedde gevlekte scheerling en werd daarin bevestigd door de vlekken op de bladsteel. Deze groeiplek is 100 meter van de snelweg, waardoor ik verwacht dat deze soort zich nog wel eens veel verder kan gaan verspreiden. Ik denk wel dat hij sterk beperkt zal worden doordat op veel plekken gemaaid wordt voordat hij zaad kan zetten en hij afhankelijk blijft van de aanvoer van de zaden vanaf plekken waar hij ongestoord rijpe zaden kan produceren zoals in de snelwegmiddenberm. We zullen het zien.

Toen ik op 13 april voor de tweede keer langs de Gevlekte scheerling in de berm van de Rotte liep zag ik tot mijn grote verbazing al een bloeiwijze in de scheerling zitten. Dat hoort helemaal niet, want Gevlekte scheerling bloeit veel later. Even beter kijken verklaarde de verwarring: er groeide Fluitenkruid dwars door de Gevlekte scheerling heen :-).