Home » Archieven voor november 2019

Maand: november 2019

De A van Aquilegia – Akelei

De titel zou het begin kunnen zijn van een mooie rijm, maar het is een opmaat naar een onbeschaamde oproep en de bespreking van de Wilde akelei, Aquilegia vulgaris.

We kennen allemaal hopelijk de wat obscene bloemen van de akelei wel. Het zijn violet-blauwe, opvallende geknikte bloemen met zijn gekromde sporen. De plant is op een paar plaatsen in Oost-Gelderland en Zuid-Limburg gewoon wild in Nederland, in België alleen in Wallonië, maar dankzij zijn sierwaarde en aanplant in tuinen komt ze in beide landen er meer als verwilderde plant voor. Ook in steden. Je vindt dan vaak planten met afwijkende kleuren zoals wit en roze maar zelfs ook met dubbele bloemen of exemplaren zonder sporen. Aangezien de plant van vochtige omstandigheden en enige schaduw houdt en ook nog eens goed tussen en op de rotsen, in haar natuurlijke omgeving, kan groeien zijn veel stadse plaatsen goede vestigingsplaatsen. Denk aan steegjes, tijdelijke bouwplaatsen tussen de huizen, bosrandjes die overgaan in de stoep etc. Eenmaal gevestigd tolereren we zo’n mooie plant ook. Zo lopen bedoelde en onbedoelde introducties door elkaar heen.

De blaadjes zijn mooi afgerond, soms rood gerand, donkergroen en in de winter blijven ze mooi zichtbaar. Als je in standaard florataal wilt schrijven moet je vermelden dat de bladeren dubbel drietallig opgedeeld zijn. Die term zocht ik even na in een monumentaal werk in de Nederlandse taal over planten: De Flora van Nederland door H. Heukels in drie delen (1909-1911). Die opzoeking en ook de bespreking van Wilde akelei is eigenlijk niet toevallig. Het is waar we zijn aangeland in het alfabet, aan het eind van de A (van Aquilegia), in het reviseren van deze teksten voor op de infopagina’s van Waarneming.nl.

Die teksten uit Flora van Nederland zijn een jaar of 10 geleden, ze waren inmiddels rechtenvrij en op het net beschikbaar, in de Biodiversity Heritage Library, op waarneming.nl bij de planteninfo geplaatst. Inclusief de oude spelling en inclusief de verwijzing naar het deel en bladzijdenummer. In het geval van Wilde akelei: blz. 216, deel 2. Recent pasten we de spelling aan, maar nu worden de teksten zelf ook aangevuld. De kern, de beschrijvingen van de plant, zijn nog perfect bruikbaar, maar we willen nu, indien van toepassing, wat aanwijzingen geven over gelijkende soorten, de eventuele veranderde taxonomische opvatting, het meestal veranderde voorkomen en we willen verwijzen naar enkele standaardsites voor meer info.

In het geval van Wilde akelei was rond 1909-1911 bekend dat de plant in Nederland ‘niet inheemsch’ was en dat ze toen de status als verwilderde plant had. Inmiddels weten we dat het natuurlijke areaal zich in met name Duitsland uitstrekt tot aan Oost-Gelderland en Zuid-Limburg, dus kunnen we veilig veronderstellen dat de plant er, op de natuurlijkere groeiplaatsen daar, inderdaad inheems is. Dat er vele siervormen van Wilde akelei bestaan, de meeste vallen op door de afwijkende kleur, gevulde bloemen of ontbrekende sporen, moet natuurlijk ook vermeld worden. Als je zo’n plant aantreft ‘in de natuur’ is het ook direct duidelijk dat het om een verwilderde plant gaat.

De gelijkende soorten, of beter gelijkende taxa, je kunt immers ook naar ondersoorten of genussen willlen verwijzen, zijn planten met een soortgelijk dubbel drietallig opgedeeld blad. Je kan dan niet om Akeleiruit (Thalictrum aquilegiifolium) heen. Die naam is dan ook niet willekeurig gekozen! Akeleiruit wil ook nog wel eens verwilderen en zeker in onze druk bebouwde landen, moet je met alles rekening houden. In Flora van Stace (New Flora of the British Isles 2019) leren we dan dat de bladsteel van Ruit Thalictrum steunblaadjes heeft en Aquilegia niet. Ook zijn de blaadjes van Wilde akelei groter en heeft Akeleiruit meestal nog verder opgedeeld blad. De vraag of het blad aan de onderzijde van Akeleiruit kaal is (bij Wilde akelei zacht behaard), is nog niet beantwoord. Zo blijft er ook wat te onderzoeken.

Akeleiruit heeft veel op Wilde akelei gelijkend blad. Als ze bloeit is het onderscheid gemakkelijk

Ook vermelden we websites die veel gebruikt worden bij de revisie en dus zeker een verwijzing verdienen. Zo is er Ecopedia.be. Sinds enige tijd staan daar de teksten uit de Atlas van de Flora van Vlaanderen op en extra aanwijzingen voor het beheer. Natuurlijk verwijzen we naar de soortpagina op Verspreidingsatlas.nl. Daar is de huidige en voormalige verspreiding op te zoeken, is er vaak een goede beschrijving en zijn er vaak literatuurverwijzingen. Maar ook Alienplants.be , de Belgische site met alle ‘aliens’ en Plantsoftheworldonline.org worden bijna standaard vermeld. Op de laatste kun je heel gemakkelijk synoniemen vinden én de wereldverspreiding bekijken. Daaruit blijkt vaak dat onze onschuldige inheemse soorten elders invasieve planten blijken te zijn. Wilde akelei heeft die reputatie in minder mate ook in Noord-Amerika en Nieuw Zeeland.

Dan nu de oproep. Iedereen die denkt: “het lijkt me interessant om aan 1 van de duizenden nog verder in het alfabet te reviseren of te beschrijven soorten bij te dragen”, mag contact met me opnemen. Je kunt hier de gereviseerde tekst van Wilde akelei nalezen.

Vergelijking van twee raketten

“Ik zie veel vaker Hongaarse dan Oosterse raket” vertelden diverse floristen mij. Dat verbaasde me want mijn ervaring is precies omgekeerd: in Rotterdam vind ik in vrijwel ieder kilometerhok Oosterse raket (Sisymbrium orientale), en af en toe ook Hongaarse raket (Sisymbrium altissimum). Ik vroeg me af of mensen de twee soorten soms verwisselden; het zijn ten slotte allebei raketten met opvallend lange hauwen (vruchten). Maar, dat is niet heel waarschijnlijk want er zijn veel verschillen; als je ze een beetje kent zijn ze makkelijk uit elkaar te houden.

Hongaarse raket (Sisymbrium altissimum)

De Heukels flora geeft als belangrijkste verschillen:

  • Kelkbladen | Hongaarse: ver afstaand | Oosterse: rechtopstaand
  • Stengelbeharing | Hongaarse: onderaan ruw, bovenaan kaal | Oosterse: overal zachtbehaard
  • Bovenste bladeren | Hongaarse: met 2-5 paar smalle slippen | Oosterse: enkelvoudig of met 1 paar slippen
Oosterse raket (Sisymbrium orientale)

Dus keek ik maar eens naar de verspreidingskaartjes van beide raketten. Beide zijn exoten, maar wel ingeburgerd; ze doken ergens tussen 1850 en 1950 voor het eerst op in Nederland. Hongaarse raket kwam hier vanuit Oost Europa, hetgeen gelijk zijn Nederlandse naam verklaard; Oosterse raket uit het Middellandse zeegebied en de regio’s daaromheen,  dus vooral uit zuidelijke richting. Hoewel het beide pioniers zijn die houden van open, droge zandgrond, verschillen ze toch in standplaatsvoorkeur. Oosterse raket houdt ook van stenige standplaatsen. Dat verklaart dat hij zich makkelijker tussen de straatstenen nestelt en het goed doet in het stedelijk gebied. Hongaarse raket wordt in Nederland vooral gevonden langs spoorwegen, op industrieterreinen en in de duinen.

 

Verspreiding van Hongaarse en Oosterse raket in Nederland. De kaartjes tonen de km-hokken waar ze tussen 1990-2019 zijn gevonden. In de legenda zie je dat Hongaarse raket in ruim 3000 hokken was gevonden en Oosterse in nog geen 600 hokken.

Het rechter kaartje laat zien dat Oosterse raket tot nu toe een duidelijke voorkeur heeft voor randstedelijk gebied terwijl Hongaarse raket veel ruimer verspreid is. Den Haag, Rotterdam, Dordrecht en Amsterdam zijn goed op de rechter kaart te herkennen. Hongaarse raket is in vijf keer zo veel hokken aangetroffen. Dit maakt het aannemelijk dat mensen buiten de randstad vaker Hongaarse raket zien dan Oosterse raket.

Maar verklaren de kaartjes dan ook dat ik in Rotterdam meer Oosterse dan Hongaarse raket vind? Oosterse raket lijkt rond Rotterdam wel iets meer gevonden dan Hongaarse raket, maar het verschil op het kaartje is niet zo groot. Toen ik nog wat verder zocht vond ik waarschijnlijk de oorzaak van mijn ervaring: de trend van deze twee soorten.

Links zien we dat Hongaarse raket zijn hoogtepunt had rond 1995 en nu sterk afneemt. Oosterse raket fluctueert sterk, maar toont geen afnemende trend.

Tot mijn verrassing blijkt Hongaarse raket op zijn retour in Nederland; rond 1995 had hij een hoogtepunt en in 2018 was hij ten opzichte van 1990 met zo’n 75% afgenomen. Floristen met twintig jaar ervaring of meer hebben dus het hoogtepunt van de Hongaarse raket meegemaakt. Maar, ik inventariseer pas sinds 2011 en heb die piek dus niet meegemaakt en ervaar alleen de huidige situatie. Als we focussen op de laatste paar jaar zien de verspreidingskaartjes er zo uit:

Verspreidingskaartjes van Hongaarse en Oosterse raket van waarnemingen in alleen de jaren 2015-2019. Het meer Randstedelijke karakter van Oosterse raket is hier heel zichtbaar.

Hier is goed zichtbaar dat Oosterse raket in Rotterdam in de periode 2015-2019 veel vaker is gevonden dan Hongaarse raket. Het klopt dus dat buiten de randstad Hongaarse raket nog steeds algemener is dan Oosterse, want in dezelfde periode in twee keer zo veel hokken aangetroffen, maar het verschil is wel veel kleiner geworden. Veel floristen moeten waarschijnlijk wel hun beeld bijstellen over de algemeenheid van Hongaarse raket.

Oosterse raket (Sisymbrium orientale)

Een ster op straat en toch zo gewoon gebleven.

Gisteren kreeg ik een mail van de Aad, de coördinator van dit mooie blog: Zondag as. ben jij aan de beurt. Lukt dat nog? Ik was het helemaal vergeten maar beloofde hem op donderdag met een verhaal te komen. Dat werd snel een onderwerp verzinnen. Zouden er vergeten planten zijn? In zekere zin wel. Tussen al die stadsplanten die we hier bespraken ontbreekt een plant die heel veel voorkomt: Gewoon varkensgras (Polygonum aviculare).

Liggende stengels

Gewoon varkensgras is niet alleen een stadsplant, ook buiten de stad komt hij veel voor. Toch is het echt wel een plant die hoort bij de stad omdat het een tredplant is: hij vindt het heerlijk om betreden te worden. En dan zit je in de stad goed, vooral op de stoep en daar vinden we Gewoon varkensgras dan ook vaak. Hij groeit vanuit een voeg en breidt zich dan stervorming uit. De stengels wortelen niet op de knopen waardoor het dus als een los geheel op de stoep ligt. Die stengels kunnen ook nog aardig lang worden.

Hoewel de stengels van Gewoon varkensgras vaak over de grond kruipen is dat niet altijd het geval. Ze kunnen soms ook meer rechtop staan en dan tot 40 cm hoog worden. Eigenlijk is Gewoon varkensgras een zeer variabele plant waarbij ik het soms niet kan geloven dat het één en dezelfde plant is. De plant varieert sterk in grootte, soms zeer klein op plekken waar veel gelopen wordt tot vrij groot op voedzame plekken als bermen. Die variatie geldt alle onderdelen, dus ook voor de bloemen en de bladeren. De plant kan heel compact zijn maar ook het tegenovergestelde kom je tegen, waarbij er veel ruimte zit tussen de bladeren.

Veel ruimte tussen de bladeren

Gewoon varkensgras hoort tot de Duizendknopen. Dat betekent dat de plant tuitjes heeft, een vliezige structuur op de plek waar de bloemen aan de steel zitten. Die bloemen kunnen wit zijn maar ook rood en soms groenig. Ook hier dus variatie. Op de plek van de bloemen komen later de donkere vruchtjes.

De naam van de plant is wat vreemd, Gewoon varkensgras is helemaal geen gras. Volgens de website plantennamen.info werd de plant in de 16e eeuw veel gebruikt om varkens te genezen die niet wilden eten. Mogelijk werd ze samen met gras aangeboden. Ook werd een aftreksel daarvan gebruikt als middel tegen wormen. Ook nu nog wordt de plant als medicijn gebruikt.
De wetenschappelijke naam ‘Polygonum aviculare’ verwijst naar andere dieren, namelijk vogels (aviculare). ‘Polypogon’ betekent ‘veelknopig’. De Duitse naam past hier goed bij: Vogel-Knöterich.

De bloemen

Toch lijkt Gewoon varkensgras minder eenvoudig te zijn als het lijkt, er worden in de literatuur verschillende ondersoorten genoemd, de website van waarneming.nl noemt er zelfs vijf. Ik hou het voorlopig maar eenvoudig en laat dat splitsen maar over aan onze sterfloristen.

Eind van de middag na de regen loop ik nog even over straat om eventueel een extra foto te maken. Ik kan de plant echter zo gauw niet vinden, kennelijk geen echte overwinteraar. Tijdens de laatste Eindejaarsplantenjacht wordt hij nog maar op 6% van de lijsten gevonden.

Fraxinus – Es

Als je over stadsplanten praat, zijn houtige gewassen vaak ondervertegenwoordigd. Dat is natuurlijk niet zo raar, want houtige gewassen hebben vaak zware, grote en kortlevende zaden. De kans dat deze zaden op een geschikte plek terecht komen om te ontkiemen is daarmee kleiner. Zaden die uit exotische landen hier terecht komen, zijn hun kiemkracht al vaak verloren. Daarom worden houtige gewassen minder vaak verwilderd aangetroffen. Een tweede reden dat houtige gewassen minder vaak gemeld worden in de stad, is dat het vaak niet mogelijk is om vast te stellen of er sprake is van verwildering of aanplant. De houtige gewassen zie je vaak alleen in groenstroken en parken, het is dan lastig om te zien of deze hier spontaan terecht zijn gekomen. Een derde reden is dat houtige gewassen in jong stadium erg lastig op naam te brengen zijn, bladvorm is dan vaak afwijkend. En in tegenstelling tot de eenjarige, kruidige soorten, zijn zij vaak niet in staat om een volwassen boom te worden.

Fraxinus pennsylvanica met 7, relatief lang gesteelde deelblaadjes.

Toch is het interessant om deze groep niet te negeren, er valt veel in te ontdekken. Het geslacht Fraxinus (Es) is een goed voorbeeld hiervan, er worden in Nederland momenteel 6 soorten gevonden, maar wie weet hoe veel er nog meer te ontdekken valt. In jong stadium lijken de verschillende soorten sterk op elkaar, ze hebben allemaal geveerd blad met vergelijkbare vorm van de deelblaadjes. Toch zijn er veel verschillen te ontdekken in kleur van de winterknoppen, bladkleur, het aantal deelblaadjes, beharing op de twijgen en nerven, gezaagdheid van de bladrand en de mate van gesteeldheid van de deelblaadjes.

Vegetatieve kenmerken

Zelfs met alle kenmerken op een rij, is het verhaal nog niet compleet. Zo zijn er bijvoorbeeld vormen van Es en Smalbladige es met ongeveerd blad, dit zijn Fraxinus excelsior ‘Diversifolia’ en Fraxinus angustifolia ‘monophylla’ respectievelijk. Ook zijn er diverse andere houtige gewassen met geveerd blad. Azijnboom (Rhus typhina) herken je aan de fluweeelachtige beharing van de jonge twijgen, Hemelboom (Ailanthus altissima) herken je aan de lobben aan de basis van de deelblaadjes, Kaukasische vleugelnoot (Pterocarya fraxinifolia) herken je aan de niet-tegenoverstaande deelblaadjes en dan zijn er nog een zestal soorten uit het geslacht Walnoot (Juglans), met net zo veel variatie als het geslacht Fraxinus.  Deze soorten lijken het meest op de verschillende soorten Es, mar hebben minder diep gezaagd blad. Walnoot (Juglans regia) en Zwarte walnoot (Juglans nigra) worden het meest aangetroffen.

Es (Fraxinus excelsior), herkenbaar aan de zwarte winterknoppen.

In deze tijd van het jaar vallen de exotische Fraxinus soorten op door hun gele bladkleur. Ga op zoek naar ruige, verstoorde plekken, zoals bouwterreinen, kribben, braakliggende percelen en industrieterreinen met weinig groenbeheer. Dan zul je ongetwijfeld succes hebben en zo niet, dan vind je vast heel veel andere leuke soorten.