Tag: Breda

Straatspinazie

In de meimaand kwam ik in Breda op straat een niet-bloeiende plant tegen die ik in de verste verte niet thuis kon brengen. Na een paar weken ontdekte ik dat er iets van bloemetjes te zien waren. Na nog wat gepuzzel kwam ik erachter dat het om spinazie (Spinacia oleracea) ging. Ik ben duidelijk geen moestuinier. Ik ken spinazie uit de supermarkt en had geen idee hoe de bloemen eruitzagen. Nu wel.
De spinazieplant is meestal tweehuizig, dat wil zeggen dat de vrouwelijke en de mannelijke bloemen op verschillende planten te vinden zijn. De mannelijke bloeiwijze is aarvormig en de vrouwelijke bloeiwijzen zijn okselstandig met per bloem 4 of 5 witte stempels (zie foto 2). De bladschijf is eirond tot driehoekig spiesvormig.

Vrouwelijke bloeiwijze van spinazie

Het woord spinazie is afkomstig van het Perzische woord ‘esfenaj. De soortaanduiding ‘oleracea’ betekent ‘als groente gebruikt ‘of ’n moestuinen groeiend’.

Spinacea oleracea behoort tot de familie van de Amaranthaceae. Tot deze familie behoren ook allerlei soorten bieten en ook quinoa. Spinazie is een snelgroeiend, eenjarige bladgroente, die naar het schijnt al heel lang geleden in Perzië werd geteeld. De plant stamt uit West-Azië, maar is niet als wild bekend. De stamvorm is waarschijnlijk Spinacia tetranda, eveneens uit West-Azië. De ‘wilde spinazie”uit de winkel is de gewone spinazie die wat langer doorgegroeid is.

Van spinazie word je sterk. Dat kregen we vroeger vaak te horen. Het verhaal erachter was dat er veel ijzer in spinazie zou zitten en van ijzer word je sterk. Het idee werd nog versterkt door de avonturen van Popeye the sailor man. Hij opende in benarde situaties een blik spinazie, gooide de inhoud naar binnen en loste met de kracht van ijzer de problemen meteen op. De achtergrond hiervan is dat de regering van de Verenigde Staten tijdens de Tweede Wereldoorlog de vleesconsumptie wilde beteugelen en daarom de consumptie van spinazie wilde bevorderen. Popeye bleek de ideale promotor.

Spinazie is iets voor kwekers met weinig geduld. Na ongeveer vier tot zes weken kun je al oogsten. In spinazie zit inderdaad ijzer, 3 tot 4 mg per 100 gram versproduct en dat is niet bijzonder veel. Daarnast zit er allerlei gezonds in: caroteen, vitaminen en anti-oxidanten. Maar er zitten ook lichtgiftige stoffen in, nl. oxaalzuur en nitraat. Je moet er dus niet zoveel van eten als Popeye.

Nog even terug naar de vindplaats. In dezelfde straat en op precies dezelfde plaats werden in 2014 Chia-planten gevonden. Je vraagt je af of er een guerilla-tuinier actief is. Zie website www.stadsplantenbreda.nl.

Struikrook

Sinds een half jaar kom ik regelmatig op een grote begraafplaats in Breda, Zuylen genaamd, voor de inventarisatie van wilde bijen. De directie van de begraafplaats is met het beheer een andere weg ingeslagen. Het terrein moet een grotere biodiversiteit krijgen. Men heeft zelfs de naam al veranderd in ‘Park Zuylen’, om deze ambitie aan te geven. Het terrein is behoorlijk groot,10 voetbalvelden minstens. Spuiten tegen onkruid wordt niet meer gedaan; op een gedeelte van het terrein is verleden jaar een mengsel ingezaaid van eenjarige bloemplanten. Op weer een ander deel zijn dit jaar heel veel vast planten van een soort neer gezet: grijs kattenkruid en een soort kleine anjer. Vooral het kattenkruid trekt bijen.

bovenzijde blad pruikenboom

Het oudste gedeelte is het meest romantisch met oude graven, wat verzakt, de gebeitelde teksten goed meer leesbaar, en vooral: er wordt al een paar jaar niet meer geschoffeld. Daar verschijnen dus de leukste planten. Omdat het terrein midden in de stedelijke omgeving ligt, duiken vreemde kostgangers op, zoals een zaailing van de pruikenboom (Cotinus coggyria).  Op de verspreidingsatlas zijn een negental plekken te zien waar in Nederland de pruikenboom ook is waargenomen. Hij is afkomstig uit Zuid-Europa en de Kaukasus en is met regelmaat in tuinen te zien. Het is meer een struik dan een boom en valt vooral in de nazomer op door nevelachtige sluiers boven de struik. Dat zijn de de verlengde en harige bloemstelen. Vanwege dit fenomeen, waardoor het wel lijkt of de struik door rook is omgeven, wordt de plant in het Engels ‘smoke tree’ genoemd, en in het Nederlands ‘pruikenboom’. Dat is wat minder beeldend.

onderzijde blad pruikenboom

Al in de oudheid werden de wortels gebruikt voor het bereiden van een rode verfstof. Blad en bast vonden toepassing bij het leerlooien.

De wetenschappelijke geslachtsnaam ‘Cotinus’ komt uit het Grieks en betekent  ‘olijf’; vanwege een zekere gelijkenis ? De soortaanduiding ‘coggyria komt eveneens uit het Grieks en was daar de lokale naam voor de boom. Kortom, we weten eigenlijk niets over de betekenis van beide namen.

Die is in nevelen gehuld, zoals de struik zelf.

Pruikenboom met bloemen

 

 

Tussen Scilla en Chionodoxa

 Zo gevaarlijk als het varen tussen Scylla en Charybdis was het determineren van Scilla’s nog net niet, maar ik kreeg ze op Waarneming. nl  niet gevalideerd. Tot voor kort. Er blijkt door Leni Duistermaat en met aanvullingen van onze collega-auteur Niels Eimers in 2017 een zeer werkzame sleutel gemaakt te zijn. Zie daarvoor de soorttekst bij Scilla spec.  https://waarneming.nl/soort/info/196987.
Oosterse sterhyacint (Scilla siberica)
Opnieuw ben ik de stad ingetrokken en binnen anderhalve week heb ik vier van de vijf gangbare soorten Scilla gevonden. Die vier zijn gevalideerd. Allemaal nieuwe soorten voor de gemeente Breda.
Het onderscheid tussen de soorten blijkt niet zo moeilijk. Ook hier geldt: je gaat het pas zien als je het door hebt.
Om te beginnen moet je kijken of de bloemdekbladen vergroeid zijn of niet. Heukels heeft daar helemaal niet over. Daarna is van belang om te kijken of de bloemen rechtop staan of knikkend zijn. Tenslotte is van belang te letten op de aanwezigheid van wit aan de voet van de bloemdekbladen. Dat mag wel wat duidelijker in de sleutel.
kleine sneeuwroem (Scilla sardensis)
Verder wordt in de boven gemelde tekst ook gezegd dat er niet meer tussen Chionodoxa en Scilla heen weer gevaren hoeft te worden: alle soorten sneeuwroem worden tot het geslacht Scilla gerekend.
 De naam ‘scilla’ is uit het Grieks en afkomstig van een verwante plant en betekent ‘gevaarlijk’, ‘giftig’. ‘Chionodoxa’ is eveneens Grieks en komt van ‘chion’ = ‘sneeuw’ en ‘doxa’ = ‘roem’.
 Men heeft duidelijk de verkeerde keuze gemaakt met de geslachtsnaam.
Scilla luciliae , nog geen Nederlandse naam.
lichtblauwe sneeuwroem ?

Het eten ligt op straat

Een aparte groep planten die je in de stad kunt onderkennen wordt gevormd door voedselgewassen. Als voorbeeld heb ik nu het meest Nederlandse volksvoedsel: de aardappel, gekozen, maar er zijn er veel meer in de stad aan te wijzen. Wie de leek wil interesseren voor stadsnatuur vormen deze ‘dwalingen’ een mooi aangrijppunt. Ze zijn vaak een wonderlijke brug tussen bord en asfalt. Zoals melk al lang niet meer uit de fabriek komt, maar van AH, weet de burger niet van de tomatenplant, de rucolaplant, de veldslaplant, de goudbesplant, noch van haver en gort.

Overigens was het de eerste Europeanen, die in Europa met de aardappel in aanraking kwamen, ook niet direct duidelijk dat de knol eetbaar was. De geschiedenis wil dat in het begin van de zeventiende eeuw de eerste aardappelknollen het Franse hof bereikten. De knollen werden in de grond gezet en enkele maanden later werd er een feestmaal gehouden, gemaakt van de groene vruchtjes. Alle disgenoten werden prompt ziek. Pas veel later zou de aardappel volksvoedsel worden in Noord-West Europa. Al met al zit er  300 jaar tussen ontdekking van de knol en acceptatie als voedsel, terwijl de Inca’s het gewas al honderden jaren aten.

voedselplant op straat

De plant komt oorspronkelijk uit de Andes. De wetenschappelijke naam is Solanum tuberosum. De geslachtsnaam ‘Solanum’ is afgeleid van het Latijnse ‘solari’ dat ‘troosten’ of ‘verzachten’ betekent; denk aan het Nederlandse woord ‘soelaas’. De soortaanduiding ‘tuberosum’ betekent ‘knol’.

Als solitaire plant in de stad is de bloem leuk, en opvallend afstekend tegen het donkere matte groen van de bladen.

Hazelaar met

Eigenlijk is de tijd van de bloeiende hazelaar al weer bijna om. Valt het u ook zo op dat je hazelaar steeds vroeger ziet bloeien ? Op sommige plekken staat de hazelaar nog wel in bloei in februari, maar in Breda heb ik hem ook al in december zien bloeien. Ik meen ergens gelezen te hebben, dat die vroegbloeiende hazelaars van vreemde origine zijn.

Mannelijke bloem van hazelaar

Hazelaars hebben twee soorten bloemen: mannelijke en vrouwelijke. De vrouwelijke stampers zitten op een aparte bloem, en de mannelijke meeldraden hangen in aparte bloemen, die katjes worden genoemd. In die katjes kun je soms vreemde vergroeiingen tegenkomen. Die wordt veroorzaakt door een gal, Contarinia coryli , de springende hazelaarmug. Althans, dat dacht ik op basis van mijn oude gallenboek. Op internet evenwel wordt gesteld dat:  ‘alleen door de katjes te openen en te zoeken naar larven of mijten is de gal te onderscheiden van die van Phyllocoptruta coryli.’ , de hazelaarkatjesmijt. Op een Engelse site wordt zelfs gesteld dat het nogal eens voorkomt dat dat beide beesten huizen in hetzelfde katje. Beide galveroorzakers zijn algemeen, en ik heb de gallen niet opengemaakt, en dan nog….? Waar moet ik naar kijken ?

Hazelaarkatje met gal

De hazelaar is door de mijt of de mug gebeten of door allebei.

Veel gallen

Vioolkrullen op straat

Het jaar begon goed aan de Teteringsedijk in Breda. Een plaatselijke florist ontdekte kleine gele bloemetjes langs een gloednieuwe rotonde. Er zaden waarschijnlijk zaden van dit plantje in de opgebrachte grond. Als je heel goed kijkt naar de bovenstaande foto dan zie je ze. Het is Amsinckia micrantha. De Nederlandse naam is ‘kleinbloemige amsinckia’. De Engelstalige naam van het geslacht klinkt meer als muziek in de oren: ‘fiddleneck’. Deze naam is afgeleid van de bloeiwijze. De stengel draagt een groot aantal kleine bloempjes en buigt aan de bovenzijde iets om op een manier die doet denken aan de hals en krul van een viool. Zo’n bloeiwijze noemen we een schicht, net als die van de kromhals in een vorige bericht.

Duidelijk te zien: een ruwbladige

De kleinbloemige amsinckia behoort tot de familie van de ruwbladige. Van oorsprong komt de plant voor in het westen van Noord-Amerika. In het begin van de vorige eeuw is hij, waarschijnlijk met graantransporten, in ons land terecht gekomen. Je kunt hem vinden op akkers, in bermen, op opengewerkte grond en in de duinen.

De wetenschappelijke naam van het geslacht komt van Wilhelm Amsinck (1752-1831, burgemeester van Hamburg en beschermheer van de botanische tuin aldaar. ‘Micrantha’ betekent ‘kleinbloemig’.

Kleine gele bloemen

Normaal gesproken bloeit deze plant in mei, juni en juli. De exemplaren bij de rotonde waren een beetje dolgedraaid.

Krom in Breda

Kromhals (Anchusa arvensis) is nou niet meteen een typische stadsplant. Toch stond deze plant de afgelopen zomer, ondanks de lichte handicap, fier overeind op een historische plek in het centrum van Breda: bij het Spanjaardsgat. Dit ‘gat’, in feite een waterpoort, wordt vaak in verband gebracht met de list met het Turfschip van Breda in 1590. Door soldaten in het ruim van een turfschip te verstoppen kon Breda door prins Maurits worden heroverd op de Spanjaarden. De bewuste waterpoort is echter pas in 1610 gebouwd. Een voorbeeld van kromme praat dus.

Kromhals behoort tot de familie van de ruwbladigen. Bekende vertegenwoordigers van die familie zijn de gewone smeerwortel, alle soorten vergeet-mij-nietjes en overblijvende ossentong. De laatstgenoemde is een bekende stadsplant. Zoals een goede ruwbladige betaamt is de kromhals stijf behaard (zie foto hieronder). De bloeiwijze is een schicht: de zijassen ontspringen beurtelings links en rechts van de vorige as. De bloemen blijven in dezelfde verticale as en zijn gewoonlijk naar één zijde gebogen. Dat klinkt ingewikkeld en dat is ook zo.

De kromhals is een éénjarige plant die vooral op zonnige plaatsen op omgewerkte, bemeste grond kan worden aangetroffen. Vroeger was het vooral een akkerplant. Vandaar de soortaanduiding ‘arvensis’ in de wetenschappelijke naam Anchusa arvensis. De Nederlandse naam dankt de kromhals aan de kromme kroonbuis. je kunt dit eenvoudig vaststellen als je de kroon voorzichtig van de plant trekt. Vanwege deze kromme buis hebben insecten met een lange tong een voordeel bij het zoeken naar voedsel. Ze worden dan ook vooral door hommels bezocht.

Sieraad van stoep en straat

 

Vooral tussen donkere bestrating zijn de zich voorzichtig uitbreidende geelgroene matjes van kaal breukkruid ( Herniaria glabra) prachtig om te zien. Het is een echte tredplant. Toen we in Breda in 2011 begonnen met stadsplanten was het waarnemen van kaal breukkruid nog iets bijzonders. Door de jaren heen is het steeds gewoner geworden. Gezien de gegevens op de verspreidingsatlas van Floron breidt het plantje zich in het gehele land nogal uit. De toename is dus niet alleen te wijten aan het beter gaan kijken. Aanvankelijk was kaal breukkruid een begeleider van grote en kleine rivieren. Het plantje groeide op  zandige oevers. De omstandigheden langs de rivieren veranderde, o.a. door kanalisatie, waardoor de vindplaatsen daar afnamen. De waarnemingen  verplaatsten  zich naar spoorwegterreinen en later naar het stedelijk gebied.

Kaal breukkruid groeit stervormig

Het natuurlijk verspreidingsgebied van kaal breukkruid omvat een groot deel van Europa met West-Azië en het Atlasgebied, maar ontbreekt grotendeels in Noordwest-Europa.

Kaal breukkruid behoort tot de Anjerfamilie. Daarbinnen is dit plantje nauw verwant aan andere zich over het oppervlak uitbreidende pareltjes als grondster (Illecebrum verticillatum) en riempjes (Corrigiola litoralis). Kaal breukkruid kan 5 tot 15 cm hoog worden en bloeit van juni tot oktober. De erg kleine bloemen groeien in een dichte tros in de oksels van de bladeren. De bloemen hebben witte kroonbladen, maar de groengele kelkbladen domineren, wat het effect van de opvallend gelige kleur van de hele plant versterkt.

de bloemen zijn geelgroen

Tot voor kort, zeg tot in de jaren 80 van de vorige eeuw, werd kaal breukkruid eenvoudigweg ‘breukkruid’ genoemd omdat er eigenlijk maar één soort van dit geslacht in Nederland werd gevonden. Tegenwoordig wordt zijn ‘broertje’, behaard breukkruid (Herniaria hirsuta), ook in ons land aangetroffen. Als zeldzaamheid. Een vondst ervan in Oosterhout in september jl. door de Plantenwerkgroep van de KNNV-afdeling Breda leidde tot een uitbarsting van vreugde onder de deelnemers. Het verschil tussen de twee soorten is niet erg moeilijk te zien. Bij kaal breukkruid moet je heel goed zoeken om haren te vinden en bij die andere zie je het met je blote oog.

Behaard breukkruid is behaard

Grijs en geurig

Veel stadsplanten beginnen hun loopbaan in tuinen. Zo ook grijs kattenkruid dat we in Breda nogal eens tegenkomen op straat. Het is niet verwonderlijk dat het vaak wordt aangeplant, want het een makkelijke plant, ziet er decoratief uit met zijn grijze blad en ruikt lekker bovendien.

Grijs kattenkruid kan sterk woekeren

Grijs kattenkruid (Nepeta x faassenii) is een kruising van twee Kaukasische soorten kattenkruid.  Dit kunstje is in 1853 uitgehaald door de Brabantse kweker Faassen, wiens naam dan ook terecht verbonden is aan de soortaanduiding van de plant. De geslachtsnaam ‘Nepeta’ komt van de streek ‘Nepete’ in Etrurië, waar een kattenkruid veel zou voorkomen.

De Nederlandse naam ‘kattenkruid’ slaat op het gegeven dat katers door de lucht worden aangetrokken. Iets dat in vele landen is opgevallen, want ook daar keert in de naamgeving de kat steeds terug.

Van dichtbij blijkt grijs kattenkruid heel mooie, fijn getekende honingmerken in de bloemen te hebben. De plant is met een opmars bezig in Nederland en komt in het Zuiden en Westen regelmatig voor. In het Oosten van Nederland komt hij verspreid voor en hij ontbreekt nagenoeg in het Noorden. Het is een goede bijenplant.

Grijs kattenkruid ruikt sterk

Tuinvlieder

Iedereen heeft dat wel eens, je ziet wat nieuws: een anders vormgegeven huisnummer, een designvaas, een vreemde plant, en de volgende dag ziet je het ding overal. Zo ook met de voorjaarsganzerik die we met de plantenwerkgroep in een straat in Ulvenhout vonden. Nieuw voor Breda!  De volgende dag vond ik in het naastgelegen Bavel een hele stoep vol met voorjaarsganzerik (Potentilla tabernaemontani). Ook daar blijkt het een tuinvlieder, want volop aanwezig in de tuin ernaast. Overigens gedraagt de plant zich als een echte stadsplant, want wurmt zich tussen voeg van tegels en stoepband, zoals op de foto te zien valt.

Voorjaarsganzerik wurmt zich tussen voegen

Voorjaarsganzerik is geen algemene plant in Nederland. Hij komt voor in de duinen, langs de rivieren en in Zuid-Limburg.

De geslachtsnaam ‘Potenttilla’ betekent ‘krachtig’ vanwege de medicinale werking.  De soortaanduiding ‘tabernaemontani’ is de, waarschijnlijk half foutief, gelatiniseerde naam van de Duitse kruidendokter en arts Jakob Theodor von Bergzaben (1522?-1590). De Nederlandse naam ‘ganzerik’ slaat op het feit de plant voer voor ganzen was.

Voorjaarsganzerik als echte stadsplant