Home » Archieven voor Peter Hegi » Pagina 2

Auteur: Peter Hegi

Ik was ooit een vogelaar maar door het werken in een heemtuin ben ik zo'n 3 jaar geleden verknocht geraakt aan de Nederlandse wilde flora. Na verloop van tijd ben ik mij meer en meer gaan richten op stadsplanten. Je hoeft tenslotte niet de stad uit om de natuur te ontmoeten. Voorlopig ben ik natuurlijk nog geen expert op dit gebied maar ik leer wel snel gelukkig.

Het verlangen naar een Varkenskers

Veel floristen kennen het. Een lijstje met planten die je graag eens zou willen zien. Vaak staan daar bijzondere soorten op die op een enkel plekje in ons land groeien. Op mijn lijstje staat vooral de Grove varkenskers.

In Nederland kennen we twee soorten Varkenskers, de Grove (Coronopus squamatus) en de Kleine (Coronopus didymus). Die Kleine zie je overal. De lijst van groeiplaatsen op Verspreidingsatlas.nl is dan ook lang. Je kan hem bijna overal tegenkomen. Alleen op de Waddeneilanden, in het Noordoosten en in de IJsselmeerpolders komt hij wat minder vaak voor.
De plant komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika en is hier goed ingeburgerd. Het is ook een tredplant, dat wil zeggen, hij vindt het heerlijk als u over hem heen loopt.

Kenmerkend voor de Kleine varkenskers is zijn onaangename geur. Als ik een varkenskersachtige plant zie, dan pluk ik er een stukje af en reuk er altijd even aan om hem vervolgens ontmoedigd weg te gooien. Ik wil de Kleine niet, ik wil de Grove varkenskers zien.

De Grove varkenskers komt oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied en is ook een algemene soort. Volgens Verspreidingsatlas.nl moet hij ook bij mij in de omgeving, Den Haag en Rijswijk,  voorkomen. Maar nee hoor, ik heb hem nog nooit gezien en op Waarneming.nl wordt hij hier bijna nooit gemeld. De Grove varkenskers is dus helemaal niet zo algemeen als verondersteld wordt. Ik roep dan ook alle Hagenaars en Rijswijkers op om op zoek te gaan naar de Grove varkenskers. Als je hem vindt, meldt hem dan op Waarneming.nl. Geef vooral duidelijk aan waar je hem vond, dan kan ik hem ook gaan bezoeken.

De vruchten van de Kleine varkenskers

Hoe onderscheiden zich deze twee Varkenskersen? Dat gaat het beste als ze bloeien of vruchten hebben. De bloemstelen van de Kleine zijn langer dan de bloemen, van de Grove korter. De vruchten van de Kleine zijn bijna glad, van de Grove zeer ruw. Ik kan de Grove varkenskers hier echter niet laten zien, ik heb er nog steeds geen foto van kunnen nemen!

De bloemen.

Een Raket met de hakken in het zand

Al in het vroege voorjaar worden de stoepen en straten versierd met kleine plantjes met witte bloempjes. Ze hebben mooie namen als Vroegeling, Kleine Veldkers en Herderstasje. Een klein plantje met witte bloempjes met een iets minder poëtische naam is de Zandraket (Arabidopsis thaliana). In mijn ervaring gaat dit plantje iets later bloeien dan de eerstgenoemde planten.

Voor niet-kenners zijn deze plantjes soms moeilijk uit elkaar te houden. Meestal is dat het makkelijkst als ze vruchten hebben, dan verschillen ze nogal van elkaar. Toch heeft de Zandraket wel een duidelijk herkenbaar detail, al heb je wel een loep nodig om dat te zien. Op de bladeren van de rozet zitten zogenaamde gaffelharen, haren in de vorm van een Griekse Y. Ze vallen vooral op aan de rand van het blad. Als je die ziet heb je met de Zandraket te maken.

Het rozet met de gaffelharen

De Zandraket is een eenjarige plant uit de Kruisbloemenfamilie (Brassicaceae). Dat betekent dat de vier witte kroonblaadjes van de bloem in de vorm van een kruis staan. Na de bloei ontwikkelen zich dunne, lijnvormige vruchten, ook wel hauwen genoemd, die schuin afstaan. In de vruchttijd krijgt de plant vaak wat rode bladeren.

De Zandraket plant zich meestal voort door middel van zelfbestuiving. Dat betekent dat de nieuwe plantjes genetisch identiek zijn aan de ouderplanten. En omdat het plantje ook wat genen betreft simpel is, z’n hele DNA is in kaart gebracht, wordt dit plantje veel gebruikt in erfelijkheidsonderzoek.

Wat z’n voorkomen betreft, de Zandraket is een echte stadsplant. Oorspronkelijk komt hij uit de landen langs de Middellandse Zee maar hij is hier, met name in de steden, goed ingeburgerd. Zoals zijn naam al zegt, houdt hij wel van een beetje zanderige grond.

Zandraket houdt ook wel van een beetje gezelligheid

Tenslotte begrijp ik niet goed waarom hij Raket genoemd wordt. Dat woord zou teruggaan naar het Franse woord voor kool. Meer planten uit de Kruisbloemenfamilie hebben het woord Raket in hun naam. Nu is de kool die wij als groente kennen ook lid van de Kruisbloemenfamilie, maar daar houdt de overeenkomst dan ook op. Ik vraag het me verder maar niet af en kijk ieder jaar weer reikhalzend uit naar de bloei van de Zandraket.

Wie het breed heeft …..

Wie het breed heeft laat het breed hangen is een oude uitdrukking. Als dit waar is dan moet de Brede raket (Sisymbrium irio) het breed hebben. Het klopt echter niet met de plekken waar we de plant in Den Haag vinden. Over het algemeen staat hij in wijken waar de minder draagkrachtigen wonen. Zo zie je hem veel in de buurt van het Hollands Spoor en in de wijk Laak-Centraal. Als hij ergens staat dan is hij meestal niet alleen, vaak staan er tientallen planten, sterk variërend in grootte.

Een hele brede Brede raket.

De Brede raket is een kruisbloem: de gele bloemen hebben vier kroonblaadjes die als een kruis tegenover elkaar staan. De familie van de kruisbloemen (Brassicaceae) is voor veel mensen een lastige groep omdat veel planten uit deze groep op elkaar lijken. De Brede raket is goed herkenbaar, maar dan moet hij wel vruchten hebben. De vruchten steken breed boven de bloemen uit. Ook het blad is vrij breed.

De vruchten torenen breeduit boven de bloemen.

De Brede raket staat het liefst tegen de huizen aan maar staat ook wel in boomspiegels waar hij op mij een slankere indruk maakt vanwege minder blad.

De plant is geen inheemse soort maar een adventief. Dat betekent dat het zaad op één of andere wijze door menselijk handelen hier naartoe gekomen is, bij voorbeeld in potten met Olijfbomen. De plant werd voor het eerst gezien in Antwerpen in 1886. Hoewel hij daarna nog wel eens is gezien komt hij in 2001 voorgoed naar Antwerpen om zich van daaruit verder te verspreiden.
Normaal groeit hij in het Middellandse Zeegebied. Hij lijkt het hier toch goed naar z’n zin te hebben hoewel hij nog maar in een paar steden in het westen van ons land voorkomt. Het zal een kwestie van tijd zijn dat hij ook elders te vinden zal zijn. Uiteindelijk zal hij hier inburgeren.

Een hele rij Brede raketten in een straat in Den Haag.

Dan de naam, want waarom heet deze plant Brede raket? Breed is duidelijk, maar een raket zie ik er niet in. Waarschijnlijk is de naam afgeleid van het Franse woord Roquette, een wilde koolsoort. In het Engels heet hij London Rocket. Blijkbaar komt hij veel in Londen voor.

Geen geld maar wel Liggende ganzerik

Sommige mensen hebben liggende gelden en zijn waarschijnlijk slapend rijk geworden. Ik heb ze niet en moet het doen met liggende planten. Gelukkig zijn dat er heel wat. Bijvoorbeeld Liggende asperge, Liggend walstro, Liggende ereprijs en Liggende vetmuur. Zelf ben ik de laatste tijd de Liggende ganzerik (Potentilla supina) in Rijswijk (ZH) en Den Haag tegengekomen. Dit is een plant uit zuidelijkere streken in Europa en wordt in Nederland met name rond de grote rivieren aangetroffen en staat als “vrij zeldzaam” maar “niet bedreigd” op de rode lijst. Het is een pionier die graag groeit op wat vochtige grond. In de stad vinden we dit soort grond meestal op braakliggende terreinen en daar is het ook dat ik deze plant tegenkwam.

Als je op zoek gaat naar deze plant kan hij in niet-bloeiende toestand verward worden met de Reigersbek (Erodium cicutarium) . Dat gebeurt zelfs de beste floristen wel eens dus daar hoef je je niet voor te schamen.

Ook zou je hem kunnen verwarren met de Zilverschoon (Potentilla anserina) maar die heeft blaadjes met een zilverwitte onderkant.

Links de Reigersbek, rechts de Liggende ganzerik (foto: PeterHegi)

Als je wat eerder in het seizoen bent vind je de bloemen of vruchten en wordt het makkelijker om hem te determineren.

De uitgebloeide bloemen met vruchten van de Liggende ganzerik (foto: Peter Hegi)

Op dit moment geldt Liggende ganzerik niet direct als stadsplant . Groeien op braakliggende terreinen is nooit goed voor je continuïteit en het is de vraag dan ook of Liggende ganzerik de stad zal koloniseren. Van mij mag hij en de laatste waarnemingen op Waarneming.nl stemmen tot een zeer licht optimisme wat dat betreft. In Antwerpen werd hij al op een parkeerterrein tussen de stenen gevonden.  De klimaatverandering zal zeker daarbij een handje helpen. Daarom zou ik tegen hem willen zeggen: neem je stengels op en wandel de stad binnen, er is nog wel ruimte genoeg om ergens te liggen.

Grijze mosterd. Kijken wel maar eten niet.

Het is al weer bijna 10 jaar geleden dat ik Abraham gezien heb. In die tijd was ik nog niet zo bezig met planten anders had ik hem zeker gevraagd waar hij de Grijze mosterd (Hirschfeldia incana) vandaan haalde. Deze plant maakt deel uit van de Kruisbloemenfamilie. Binnen die familie zijn meer soorten mosterd bekend, zoals Zwarte en Witte mosterd. Anders dan de Nederlandse naam doet vermoeden is de Grijze mosterd geen directe verwant van deze soorten . Hij valt onder het geslacht Hirschfeldia. Eigenlijk is hij maar een eenzame plant want dit geslacht bevat in Nederland maar één plant, de Grijze mosterd dus. Voor een leek komt dat vreemd over, zeker gezien het feit dat de Mosterdplanten veel op elkaar lijken. De Grijze mosterd heeft zijn naam te danken aan Christian Cay Lorenz Hirschfeld (1742 – 1792), een Duitse botanicus.

Als je de Grijze mosterd wil herkennen kan je het beste wachten tot hij vruchten heeft, iets wat bij veel Kruisbloemen handig is. De vrucht van de Grijze mosterd ligt tegen de stengel aan, net zoals bij de Zwarte mosterd. Opvallend bij de Grijze mosterd is de insnoering boven in de vrucht (zie foto).

De vruchten.

Daarnaast valt de Grijze mosterd op door zijn grijsgroene bladeren, met name onder aan de plant, veroorzaakt door grijze beharing.

Het blad

Als je de Grijze mosterd hebt gevonden en wilt melden bij Waarneming.nl dan krijg je de boodschap dat het hier om een zeldzame plant gaat. Als je echter de plant opzoekt bij de verspreidingsatlas dan zie je dat hij als een algemene soort wordt aangemerkt. Een blik op het kaartje laat zien dat de Grijze mosterd in sommige delen van het land nog niet veel voorkomt terwijl hij in de steden in het Westen van Nederland bepaald niet zeldzaam is. Zelf vind ik de Grijze mosterd vooral langs bouwterreinen en op braakliggende landjes. En aangezien deze door de stedelijke verdichting steeds meer worden volgebouwd ben ik benieuwd of dat gevolgen heeft voor de Grijze mosterd. De tijd zal het leren.

Tenslotte is er de vraag: kan je mosterd maken van het zaad van de Grijze mosterd? Dat schijn te kunnen maar het geeft mosterd van een matige kwaliteit. Voor mosterd ga ik maar gewoon naar de winkel.

De Tapijtbloem

Soms kom ik een plant op straat tegen die er bekend uitziet maar waar ik zo snel even niet de naam van weet. Als ik dan thuis op mijn balkon sta zie ik die plant opeens in de plantenbak staan. Het blijkt de Tapijtbloem of Bacopa te zijn, of wat deftiger Chaenostoma cordatum. Ik vraag me dan af of dit nou een stadsplant is of niet. Na wat googlen blijkt de Tapijtbloem genoemd te worden op de Manual of the Alien Plants of Belgium. “A rare but increasing escape from cultivation” wordt hij genoemd. Zeldzaam terwijl hij in grote getale verkocht wordt in tuincentra en onze balkons verfraait.

Als ik iets verder zoek blijkt hij al sinds 2002 ingeburgerd te zijn in Amsterdam. Dat blijft een stad van Flower Power als je ziet wat Ton Denters daar allemaal vindt. Maar het gaat verder, de Tapijtbloem wordt ook genoemd bij de Verspreidingsatlas, daar heet hij echter “niet ingeburgerd/adventief” en wordt hij vooral bij mij in de buurt gevonden. Ik kan hem ook via waarneming.nl melden wat ik natuurlijk gelijk gedaan heb. Altijd leuk om een zeldzame plant te melden, ja weer zeldzaam, want die melding kreeg ik toen ik de melding wilde opslaan.

Zo zal dat wel vaker gaan met stadsplanten. Een paar weken geleden was ik in Gent. Daar barst het echt van de Vlinderstruiken. Toch zullen die ook ooit als zeldzaam of niet ingeburgerd te boek hebben gestaan. Dus over een paar jaar staan onze stoepen vol met Tapijtbloem, een plant die dan zijn naam dan eer aandoet.