Categorie: gevaarlijke planten

Oranje boven

Voor iemand uit de gemeente Breda is het leuk een nieuwe plant tegen te komen die ‘Oranjeboompje’ heet. Breda noemt zich immers ‘Oranjestad’ omdat het huis van Oranje-Nassau zijn oorsprong heeft in Breda. De voormalige bierbrouwerij ‘Oranjeboom’ in Breda, heeft met die naam niets te maken, al wordt dat door sommigen wel kwaadsappig gesuggereerd.

Met een duidelijk herkenbare nachtschadebloem

Tijdens een planteninventarisatie in Wagenberg, een dorp ten noorden van Breda, kwamen we midden in dorp de plant tegen. Ingeklemd tussen een muur, een lantaarnpaal en een soort elektriciteitskastje; goed beschermd tegen branders en borstels. Je moet wat, als stadsplant. In Nederland is het een zeldzame stadsplant met ongeveer 20 vindplaatsen.

Het struikje is afkomstig uit de bergen van Ecuador en Peru en door de Portugezen als vroeg naar Europa gebracht. Daar was het allereerst een exclusieve sierplant voor de betere kringen. Nu is het boompje voor een breed publiek verkrijgbaar en worden er ook diverse cultuurvariëteiten aangeboden.

Heel veel vruchten

De wetenschappelijke naam is Solanum pseudocapsicum. De geslachtsnaam ‘Solanum’ betekent zoveel als ‘verlichtend’ vanwege de pijnstillend werking van een aantal soorten uit dit geslacht, o.a. doornappel. Denk ook aan het woord ‘soelaas’. De soortaanduiding ‘pseudocapsicum’ betekent letterlijk ‘neppeper’, van pseudo = schijn, en capsicum = Spaanse peper.

 

Doornappel

Het is al even geleden dat ik een krantenbericht las over Doornappel (Datura stramonium).  Mensen kennen de vrij algemene  plant ondertussen ook wel en weten ook wat van zijn giftigheid. Toch was het niet zo lang geleden dat er verontrustende berichten te lezen waren over zeldzame Mexicaanse gifplanten die zomaar waren opgedoken in de tuin van een onschuldige burger. Ook zijn de ziekenhuisopnames van mensen, voornamelijk jongeren, die met Doornappel een ‘trip’ probeerden te maken, ofwel niet meer nieuwswaardig, ofwel  tot nul gereduceerd.  Het nieuws gaat mogelijk ook snel de ronde dat de plant hiervoor ook niet geschikt is.  De plant is gewoon verdomd giftig en onberekenbaar.

Doornappel heeft grote gedoornde zaaddozen met talrijke grote zwarte zaden

Doornappel komt oorspronkelijk niet voor in Europa, maar werd uit Amerika ernaartoe gebracht, aanvankelijk expres, en kon zich gemakkelijk uitbreiden. In de grote zaaddozen zitten talrijke grote zwarte zaden die lang kiemkrachtig blijven.

In een dichte grasmat ontkiemen Doornappels moeilijker

Doornappel staat voornamelijk op verstoorde grond, bijvoorbeeld in opgebrachte grond in tuinen, langs wegen met nieuwe bermen en in bredere zin op allerlei braakliggende gronden. De zaden vallen op de grond uit de langzaam opengaande vruchten en kunnen bij hernieuwde omwerking van de grond (en verplaatsing!), ook dus pas jaren later, vervolgens ontkiemen. In een dichte grasmat gaat dit moeilijker.

Een ongestekelde forma van Doornappel.

De naam van de plant komt van de stekelige vruchten. Die zijn nagenoeg rond en met dikke stekels bezet. Ze lijken wel wat op de bolsters van Paardenkastanje. De bloemen zijn meestal wit, trechtervormig en vaak wel 10 cm lang.  De planten bloeien voornamelijk ’s nachts. Vandaar dat je overdag vaak alleen maar verwelkte bloemen aantreft.  Er zit wel wat variatie in de uiterlijke kenmerken van de plant. Zo heb je planten die paarsig-roze bloeien genaamd var. tatula. Bij zowel de witbloeiende (var. stramonium) als de paarsige variatie kunnen de vruchten ongestekeld zijn.  Dit zijn de forma’s inermis.  Zo heeft een ongestekelde paarsig bloeiende Doornappel de volgende lange naam: Datura stramonium var. tatula f. inermis.

Datura ferox, een andere soort doornappel, heeft nog grotere stekels op de vruchten

Er zijn een aantal andere soorten Datura, Doornappels, die nog geen vaste voet aan wal hebben gezet in Nederland en België.  De ene soort onderscheidt zich voornamelijk door nog grotere stekels op de vruchten.  Het is Datura ferox.  Het is een adventief die mogelijk alleen voorkomt door verwildering uit vervuild geïmporteerd vogelzaad.

Door de geknikte vruchtsteel hangt de vrucht naar beneden bij Datura innoxia.

De andere soort onderscheidt zich voornamelijk door de geknikte vruchtsteel.  Die heet Datura innoxia. Mogelijk komt ook de gelijkende Datura wrightii nog voor. Die onderscheidt zich van de geknikte innoxia door aanliggende klierloze haren. Altijd dus even de loep bovenhalen bij Datura innoxi. En daarna natuurlijk heel goed je handen wassen.

De stad als natuurgebied … ‘code rood’ voor Wolfskers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De stad een natuurgebied? Tja … zo zou je het kunnen zien, of niet natuurlijk. Hoe je het ook bekijkt het stedelijk gebied biedt meer dan menigeen denkt ‘onderdak’ aan speciale inheemse soorten. Naast opportunisten, zeg hardcore stadsplanten, die overal opbloeien, is de stad evenzeer het domein van opmerkelijke specialisten. Daartoe behoren muurplanten, van origine rotsplanten, die bij ons in het laagland hun heenkomen vinden op bouwwerken. Maar steden herbergen meer ongewone plantengemeenschappen.

Een vergeten groep omvat zeldzame ruigtekruiden die aan historische grond hechten. Daarin huizen planten die verrommelde, verstoorde, stikstofrijke stenige plekken verkiezen. Waar de oude stad in rust is én waar wildgroei de ruimte krijgt kunnen zij opbloeien. Deze plekken zijn schaars, en soms voorhanden rond kerken en kloosters, aan de voet van oude stadsmuren, ruïnes en fortificaties. Daar komt de rijkdom in beeld. Stinkende ballote is min of meer vaste waarde en karakteristiek. Daarbij voegen zich Stinkende gouwe, Moederkruid, Gewone klit en een keur aan incidenteel optredende bezienwaardigheden als: Absintalsem, Bilzekruid, Gifsla, Groot glaskruid, Hartgespan en Wolfskers.

Het is een imposant gezelschap, waarbij Wolfskers er het meest uitspringt. Van nature is Wolfskers een bosplant, die open plekken in loofbossen inneemt. Nederland ligt aan de rand van het areaal, met in Zuid-Limburg enkele voorposten. Maar buiten dit bereik is Wolfskers ook al eeuwen lang een vertrouwde gast in onze steden. De plant raakte hier in de middeleeuwen verzeild; als artsenijgewas maakte hij de gang naar kruidentuinen. Op enkele kweekplaatsen van het eerste uur – in hofjes, in kloostertuinen, nabij botanische tuinen – duikt Wolfskers nu nog altijd op. Zo zijn er meldingen uit Maastricht, Breda, Amsterdam, Leeuwarden en bovenal Utrecht. In de Domstad zijn er op wisselende en vaste locaties jaarlijks vondsten, maar zelfs in dit hoofdkwartier is de soort een zeldzaamheid en kwetsbaar. Voor heel Nederland geldt voor Wolfskers ‘code rood’; op alle standplaatsen is ze sterk bedreigd. Om die reden is Wolfskers als nieuw te beschermen plant aan de Wet Natuurbescherming toegevoegd. Dit is de nieuwe natuurwet, die sinds januari 2017 van kracht is, waarin veel andere bijzonderheden, waaronder Tongvaren, Zwartsteel, Steenbreekvaren juist hun bescherming verloren.

In onze steden is Wolfskers een zeldzaamheid. Soms duikt ze op in oude stadskernen, hier in Amsterdam nabij de Hortus.

 

Wolfskers met gele bloemen (varieteit lutea) in de Willem Merkxtuin, een kleine groene oase in de binnenstad van Breda. Foto Aad van Diemen

Wolfskers, met de wetenschappelijke naam Atropa bella-donna, is een vaste plant uit de nachtschadefamilie. De hele plant bevat giftige alkaloïden. Uiterst gevaarlijk zijn de bessen, die het bekende alkaloïd atropine bevatten. De benaming bella-donna, schone vrouw, verwijst naar de werking van atropine. Het druppelen van sap in de ogen laat ogen glanzen en zorgt voor wijde pupillen. Wolfskers draagt klokvormige, paarse, incidenteel gele bloemen. De bloei is van juni tot augustus, daarna ontwikkelen zich de bessen die tot in de winter zichtbaar zijn. Ga eens op zoek in Utrecht.

Een ongewenste vreemdeling

 

De naam ‘Alsemambrosia’ klinkt mij sprookjesachtig in de oren. En ook wel lieflijk. ‘Ambrosia’ is het Griekse woord voor voedsel voor de goden, waardoor ze eeuwig leven. In werkelijkheid blijkt het echter een gemene heks te zijn die met het verstrooien van een onschuldig uitziend poeder een deel van de mensheid in het ongeluk stort. Het stuifmeel geeft heftige hooikoortsreacties. De plant produceert ook niet zo’n beetje stuifmeel: tot 1 miljard korrels per plant! De plant scheidt coronopiline uit. Deze stof is de oorzaak van de allergie, maar heeft voor de producent het nuttig effect dat het de groei van andere soorten planten belemmert. Een manier van chemische oorlogsvoering.

Ambrosia artemisiifolia is een eenjarige plant uit de composietenfamilie die afkomstig is uit Noord-Amerika en wordt beschouwd als een invasieve exoot. De plant komt vooral voor op zonnige, open plekken op opengewerkte grond. Je vindt hem vooral op braakliggende grond, open plekken langs bermen, in akkers, op ruderale plaatsen en op industrie- en haventerreinen. Omdat de plant niet vorstbestendig is hij na een jaar meestal weer verdwenen. Voor kieming moet de bodem eerst losgemaakt worden. De zaden blijven  zeker 40 jaar kiemkrachtig.

De plant is in de meeste gevallen in Europa terecht gekomen door de aanvoer van kippen- en vogelvoer. Tuinen met veel vetbollen kunnen zomaar vol gaan staan met Alsemambrosia. Vanaf de eeuwwisseling is het aantal waarnemingen van Alsemambrosia enorm toegenomen. De verwachting is dat de plant zich verder in Nederland zal vestigen en verspreiden. Daarom startte de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, nu vooral bekend van de eierkwestie, in 2011 een campagne voor de bestrijding van Alsemambrosia. Zie www.ambrosiavrij.nu

De gemeente Breda weet ook van aanpakken

In een aantal Europese landen is het inmiddels bij wet verboden voer te importeren indien daaruit niet de zaden van de Alsemambrosia zijn verwijderd. Soms is het zelfs verboden de plant in de tuin te hebben en is het voorgeschreven om deze te verwijderen. Hierbij wordt aangeraden bij het verwijderen handschoenen aan te trekken en het loof niet te deponeren in de gft-container maar in de vuilcontainer, zodat het verbrand wordt.